Over natuurlijke, plantaardige kleurstoffen.

Deze kleurstoffen, onschadelijk en veel door inboorlingen en Chineezen gebruikt, bij bereiding van allerlei gerechten, die zij zoo gaarne met verschillende kleuren sieren, zijn van de navolgende planten, wortels en bloemen getrokken:

Rood wordt getrokken uit een soort van roode Chineesche rijst „ang-khah” genaamd—ook wel „bras-mérah tjina”. De bereiding der kleurstof schijnt evenwel bij de Chineesche chemikers te berusten. De makassaarsche roode vischjes worden o. a. door die ang-khah rood gekleurd.

Dan heeft men nog voor de bereiding der roode kleur, de kasoemba (bloemknopjes van de kembang poeloe), de kembang spatoe, de bajem-mérah (om agar agar rood te kleuren) en de boewah gendolla.

Geel verkrijgt men van de koenjit (wortel) en wordt aangewend bij kerrie, katjang tanah en de kembang goela (suikertjes).

Koema-koema (onze saffraan). De arabische vrouwen gebruiken dit om geleien geel te kleuren.

Groen wordt getrokken uit daon-soedji, met wat water en sirihkalk vermengd, uit daon telang (voor gebak en suikerwerk) uit daon pandan.

Blauw trekt men uit de kembang-telang, een blauwe bloemensoort.

Deze vier hoofdkleuren nu, kan men door samenvoeging op velerlei wijzen combineeren en er lichte en donkere tinten van maken, zoomede de samengestelde kleuren als paars, oranje, groen, van geel en blauw vermengd, bruin, matgroen, zeegroen, olijfgroen, zelfs feuille-morte kleur, enz., enz.