Tabel tot het bepalen van de geslachten en soorten der Ascomyceten of Zakjeszwammen.

(Plaat 1 fig. III, IV en V).

I. Op doode rupsen of poppen groeiend, knotsvormig, geel of rood: Córdiceps militáris (fig. 45) No. 18.
II. Op de aarde, hout, stronken enz. levend:
1. Paddenstoel uit hoed en steel bestaande, op de aarde groeiend.
a. H. als een gesteelde spons, St. glad of flauw geribd: Morchélla esculénta, (plaat 1, fig. IIIa en fig. 20). No. 12
b. H. gevormd uit onregelmatige gelobde lappen, St. met groeven en ribben: Helvélla’s (pl. 1 fig. IV en fig. 40, 41). No. 10 en 11.
c. H. vingerhoedvormig: Vérpa digitalifórmis (pl. 1 fig. Vd). No. 13
d. H. glibberig, slijmerig, groenachtig geel, darmvormig gekronkeld: Leótia lúbrica (fig. 43). No. 15
2. Paddenstoel in den vorm van een beker, schoteltje of knoop:
a. P. ju-jubesachtig, knoopv., zwart, op hout: Bulgária ínquinans. No. 9
b. P. beker- of schotelv., meestal helder gekleurd, op de aarde: Pezíza’s (plaat 1 fig. Va). No. 1–9
3. Paddenstoel spatel-, knots- of geweiv., zwart, taai:
a . op de aarde groeiend: Geoglóssum glábrum (fig. 42). No. 14
b. op hout groeiend: Xylária’s (fig. 44). No. 16 en 19