Het determineeren van paddenstoelen is en blijft een lastig werkje, heel wat anders dan het determineeren van bloemen en nog maar betrekkelijk weinig natuurliefhebbers besteden er hun kostbaren tijd aan.
Een van de redenen hiervoor is wel, dat er veel minder goede determineerboeken voor paddenstoelen dan voor bloemen bestaan, of liever, ze zijn er wel, doch voor een leek, wien het alleen maar te doen is om op zijn wandeling, tenminste de meest opvallende wat te leeren kennen, zijn die boeken veel te moeilijk.
Zij beginnen vol moed, maar al heel spoedig zitten zij, want, er wordt gevraagd of de plaatjes in tweeën verdeelbaar zijn, of de paddenstoel vleezig of vliezig is enz., en al heel spoedig wordt het boek dichtgeslagen en opgeborgen en de leek besluit voortaan maar alleen te genieten van het aanzien en niet van het leeren kennen van de mooie zwammen. Sommigen zijn zoo gelukkig op hun wandelingen een “kenner” mee te krijgen en dat is en blijft nog de beste manier om er wat in thuis te geraken en tot verder determineeren te worden aangespoord. Doch.... een ieder is niet zoo fortuinlijk om zulk een kenner mee te kunnen nemen en voor dergelijke natuurliefhebbers hebben wij nu getracht, in onze lijst een gids mede te geven, die hen op hun wandelingen door bosch en duin, in weide en langs wegen, in de “zwammenwereld” wat terecht kan helpen.
Zooveel mogelijk hebben wij in dezen gids alle geleerdheden en moeilijkheden achterwege gelaten en ons bij alles vnl. het doel voor oogen gesteld, den wandelaar, die nog niets van de mycologie afweet, en op de plaats zelve nader kennis wil maken, met deze schoone natuurkinderen, de namen te leeren kennen. Zoo hebben we dan ook, met uitzondering van een paar tabellen, voor menschen, die thuis nog eens nader willen onderzoeken, gebroken met de in alle determineerboeken voor paddenstoelen voorkomende methode, om de zwammen te bepalen op de kleur harer sporen.
Daarvoor toch is het noodig, dat de paddenstoel gedurende eenige uren minstens, op een papier wordt gelegd en dan pas kan men, en nog lang niet altijd, eenigszins die kleur bepalen. In onze lijst hebben wij opgenomen 278 verschillende soorten en wel de in ons land meest algemeen voorkomende soorten.
Het valt niet te ontkennen, dat het opnemen van slechts ⅓ gedeelte der zwammenflora van Nederland, een groot bezwaar meebrengt. Bij een ieder toch, die met onze lijst determineert, zal de twijfel rijzen, of de door hem gezochte paddenstoel wel in het boekje is opgenomen, doch hij late dien twijfel varen, want wij verzekeren, dat vooral voor den leek, voor wien dit boekje vnl. geschreven is, de door hem gezochte zwam, 9 van de 10 maal er in te vinden zal zijn. Een veeljarig botaniseeren in ons geheele land heeft ons de meest voorkomende soorten doen leeren kennen, en de meeste dier soorten zijn in onze lijst opgenomen.
Bovendien, wenschen wij hierbij te zeggen, dat wij, met de uitgave van deze lijst, in ’t minst niet beoogen een werk als dat van Car. Destrée’s: “in Nederland groeiende Hoogere zwammen”, of Ruys, “Paddenstoelen van Nederland” te vervangen, doch dat wij sterk gevoeld hebben, dat er onder de natuurliefhebbers een behoefte bestaat, voor een inleiding tot deze en andere meer wetenschappelijke werken over paddenstoelen.
Hoe stellen wij ons nu voor, dat men van onze lijst gebruik zal maken.
Aan de eigenlijke determineerlijsten gaat vooraf Lijst 1 blz. 146, welke wij vervaardigden voor den zeer oppervlakkigen natuurliefhebber, die toch wel, maar zonder veel moeite, de namen wil leeren kennen.
Deze kan op de grootte, kleur, geur enz. van de zwam, de nummers opzoeken en zijn gevonden exemplaar met de beschrijvingen en aanwezige afbeeldingen vergelijken.
Voor dengene, die met meer ernst en ijver bezield is, volgen op deze eerste lijst, de determinatietabellen, te beginnen met de lijst der Ascomyceten of Zakjeszwammen.
Zooals op blz. 50 gezegd is, komen de echte of hoogere paddenstoelen voor in de groep der Ascomyceten of Zakjeszwammen en in die der Basidiomyceten of Steeltjeszwammen.
Niet anders dan met den microscoop (dien we bij de wandeling niet in den zak kunnen steken als we er al een hebben), kunnen we bepaalde kenmerken ter onderscheiding van deze groepen waarnemen, en omdat de groep der Ascomyceten de minste der voorkomende soorten bevat, plaatsen we deze eerst, op blz. 152 en zijn zoo gelukkig van bijna alle beschreven soorten, afbeeldingen te kunnen geven. Men zie dus, vóór alles, deze lijst door, of de te zoeken paddenstoel in deze rubriek thuishoort. Dan volgt de lijst om de verschillende families der Basi-diomyceten te leeren kennen. Hierna wordt den lezer de vraag gesteld of de te zoeken paddenstoel op hout (boomen, stronken, palen enz.) of op de aarde groeit. Is het eerste ’t geval, dan neme hij de houtpaddenstoelen-tabellen op blz. 217. Is het een op de aarde groeiende soort, (wat ’t meeste voorkomt,) dan neme hij, als het een plaatzwam is, daarvoor eerst de geslachtentabel op blz. 165 ter hand en is het geen plaatzwam dan op blz. 215. Wij ontveinzen niet, dat die geslachten-tabel der aard-plaatzwammen minder zeker tot het doel zal leiden dan die der houtzwammen. Ten eerste is het aantal soorten, daarin voorkomende, veel grooter en verder blijven er, als de zeer karakteristieke (als die met een ring, een zak enz.) er afvallen, betrekkelijk zoo weinig duidelijk onderling verschillende kenmerken tusschen de geslachten over. Voor de moeilijkste geslachten geven wij dan ook op blz. 171 nog een aparte tabel, gegrond op de kleur der sporen en plaatjes.
Voor de geslachten waarvan wij verscheidene soorten opnamen, gaven wij zoowel voor de hout- als de aardzwammen, aparte tabellen, die volgen op de geslachten-tabellen.
Deze tabellen zijn van de aard-zwammen: Amaníta, Tricholóma, Clitócybe, Hygróphorus, Lactárius, Rússula, Cortinárius, Bolétus.
Van de hout-zwammen: Polýporus en Fómes. De overige, niet in tabellen vervatte soorten der houtzwammen, zijn allen beschreven in de rubriek dier zwammen; die der aardzwammen echter in de op de determineerlijsten volgende rubrieken van bosschen enz.
Zijn we nu bijv. met het opzoeken van een aardplaatzwam in de geslachtentabel gekomen op Lepióta procéra dan vinden we daarachter vermeld: No. 193 en opzoekende vinden wij deze beschreven in de “Gemengde bosschen”. Met de tabel op blz. 162 zijn wij gekomen op Hydnaceën No. 247–254; opzoekende, vinden wij deze in de rubriek Naaldbosschen; de Psallióta (champignon) in weilanden enz. Wij laten deze rubrieken ten deele volgen op onze determineerlijsten, om den zoeker meer zekerheid te geven bij zijn determinatie.
Verder ook kan de meer oppervlakkige zoeker eerst de rubrieken, de verschillende plaatsen waar hij wandelt en den paddenstoel vindt, ter hand nemen en met behulp der opgegeven afbeeldingen, kleurenopgaven en kenmerken, de determinatielijsten opzoeken, de zaak dus omkeeren.
Wij behoeven zeker niet te zeggen, dat de eerste manier van werken meer aan te raden is.
Wat de verschillende rubrieken betreft, wenschen wij nog te zeggen, dat wij met de “Gemengde bosschen” die bosschen bedoelen, waar van allerlei boomsoorten dooréén groeien. Daar dit soort bosch wel het allermeeste voorkomt, plaatsen wij deze rubriek vooraan en hierin zijn ook de meeste soorten beschreven.
Men beginne dus als regel, hierin eerst te zoeken als men in een bosch wandelt en wil zien welke soorten men daar al zoo tegen kan komen. In elk bosch vindt men echter bepaalde gedeelten van naald-, beuken-, eiken-, berkenboomen en voor die gedeelten sla men de verdere rubrieken na. De onder deze rubrieken beschreven paddenstoelen zijn, evenals die van de in de weilanden, duinen, langs wegen en in de parken en tuinen opgenoemden, typisch daar voorkomende soorten.
De volgende afkortingen zijn door ons gebruikt: