[Inhoud]

De ware Geschiedenis van Setne en zijn zoon Se-Osiris5.

Deze bovenstaande geschiedenis werd ontdekt, op papyri geschreven, welke tot het Britsch museum behooren. In 1900 werd een Engelsche vertaling door Griffiths uitgegeven en in 1901 een Fransche, door Maspero. Zij is geschreven aan de achterzijde van eenige Grieksche officieele documenten en dateert uit het 7e jaar van Claudius’ regeering.

De papyrus is zeer verwaarloosd en beplakt; hij is incompleet en het begin der geschiedenis is verdwenen. Men zou uit het schrift kunnen vermoeden, dat de copie tot de 2e helft van de tweede eeuw van onze jaartelling behoort. De Setne, waarover gesproken wordt, is dezelfde, die in de geschiedenis van Setne en de Mummies voorkomt, waarover in het hoofdstuk over de Magie verhaald wordt. [222]

Er leefde eens een koning, Ousimares genaamd en hij had een zoon, Setne. Deze zoon was een schrijver, zeer bekwaam met zijn handen in alle dingen en hij muntte boven alle mannen, die in kunst volleerd waren en onder de bekende schrijvers van Egypte, uit.

Het gebeurde nu, dat de bestuurders van een vreemd land een bode naar den Pharaoh zonden en hem uitdaagden, iemand te vinden, die een bepaald iets, onder bepaalde omstandigheden kon verrichten. Indien dit gedaan werd, zouden de bestuurders de minderheid van hun land, ten opzichte van Egypte, erkennen; doch indien, aan den anderen kant, geen enkele schrijver of wijs man, dit kon vervullen, dan zouden zij de minderheid van Egypte uitroepen.

Ousimares riep thans zijn zoon Setne en herhaalde deze woorden; Setne antwoordde terstond op datgene, wat de aanvoerders opgegeven hadden, zoodat de laatsten genoodzaakt werden, de voorwaarden uit te voeren en de superioriteit van Egypte te erkennen. Aldus werden zij van hun triumf beroofd, zoo groot was de wijsheid van Setne en niemand dorst nog eens zulke boodschappen naar den Pharaoh te zenden.

Setne nu en zijn vrouw, Mahitouaskhit, waren zeer verdrietig, want zij hadden geen zoon. Op zekeren dag was hij, meer dan gewoonlijk, verdrietig; zijn vrouw begaf zich daarom naar den tempel van Imhetep en bad tot hem alsvolgt: „Wend Uw gezicht tot mij, Imhetep, zoon van Ptah, Gij, die wonderen verricht en die wel doet in alle opzichten. Gij kunt een zoon geven aan hen, die kinderloos zijn. Verhoor mijn gebed en sta toe, dat ik een zoon baar.”

In dien nacht sliep Mahitouaskhit in den tempel en daar droomde zij, dat men haar beval, een toovermiddel gereed te maken en vertelde, dat haar wensch, een zoon te krijgen, op deze wijze vervuld zou worden.

Toen zij ontwaakte, herinnerde zij zich voortdurend [223]haar droom en binnen eenigen tijd werd het bekend, dat haar en Setne een kind geboren zou worden en deze vertelde het vol vreugde aan den Pharaoh, terwijl hij aan zijn vrouw een amulet gaf, om haar te beschermen en tooverformules over haar uitsprak.

In zekeren nacht droomde Setne en een stem zeide tot hem: „Mahitouaskhit, uw vrouw, zal een zoon voortbrengen en door hem zullen in het Egyptische land veel wonderen geschieden. De naam van uw zoon zal zijn Se-Osiris. Toen Setne ontwaakte en zich deze woorden herinnerde, was hij zeer verheugd in zijn hart.