[Inhoud]

Het Bezoek der Godinnen.

Toen de zoons van Ra en Rud-didet nu geboren waren, vroeg deze god Isis, Nebhat, Meshkent, Hakt en Khnumu, naar haar toe te gaan en terwijl zij allen de gedaante van danseressen aannamen, behalve Khnumu, die haar als drager volgde, daalden zij naar de aarde af en begaven zich naar het huis van den priester Ra-user, den echtgenoot van Rud-didet en speelden voor hem op hare muziekinstrumenten.

Zij begiftigden de kinderen met verschillende eigenschappen en noemden hen User-ref, Sah-ra en Kaku. Hierop verlieten zij het huis en wenschten Ra-User geluk. [218]Als belooning voor haar goede wenschen, gaf hij haar een schepel gerst en Khnumu plaatste deze op zijn hoofd. Toen zij echter op weg waren naar hun goddelijke woonplaats, zei Isis tot de anderen: Zou het niet beter geweest zijn, indien wij een wonder voor deze kinderen verricht hadden? De anderen vonden dit eveneens en terstond maakten zij een afbeelding van de kronen van Egypte, van de kroon van het Boven-land en van de kroon van het Beneden-land en verborgen dezen in het schepel gerst.

De Godinnen als danseressen.

De Godinnen als danseressen.

Evelyn Paul.

Daarna keerden zij naar het huis van Ra-user terug en vroegen toestemming, de gerst in een afgesloten kamer achter te laten, deze verzegelden zij en namen hierop afscheid.

Eenige weken later vroeg Rud-didet haar kamenier, of het huis en alles, wat zich daarin bevond, zich in goeden toestand bevond; de kamenier antwoordde, dat alles in voldoende hoeveelheid voorhanden was; alleen de gerst, om te brouwen, was nog niet gebracht.

Haar meesteres vroeg haar daarna, waarom dit niet geschied was; de vrouw antwoordde, dat de voorraad aan de danseressen, die op den geboortedag van haar kinderen gekomen waren, gegeven was, doch dat deze nog in de afgesloten kamer lag, door haar verzegeld.

Rud-didet beval daarop deze voor het oogenblik te gebruiken; Ra-user zou het voor haar terugkeer wel kunnen teruggeven.

Het meisje opende de kamer en was, toen zij de kamer binnentrad, ten hoogste verbaasd, menschen te hooren praten en zingen; ja, zij hoorde zelfs muziek en het geluid van dansen, zooals men in het paleis van den koning hoort.

Terstond keerde zij naar haar meesteres terug en vertelde haar, wat zij gehoord had. Rud-didet trad thans zelf de kamer binnen en hoorde eveneens de geluiden, doch kon de plaats, vanwaar zij kwamen, niet direct vinden. Ten laatste legde zij haar oor tegen den zak, welke de gerst bevatte en bevond, dat het geluid hieruit kwam. [219]

Terstond deed zij den zak in een kist en plaatste deze voor alle zekerheid nog in een andere kist, bekleedde deze met leer en plaatste deze in een voorraadkamer, terwijl zij haar bovendien, uit voorzorg, verzegelde; toen Ra-user terugkeerde, vertelde zij hem wat er voorgevallen was.

Eenige dagen later berispte Rud-didet, om een af andere reden, haar dienstmaagd en liet haar zelfs slaag geven; de meid morde en zei tot haar metgezellinnen: „Waarom moet ik me dit laten welgevallen? Ik zal naar koning Khufu gaan en hem vertellen, dat de drie zonen van mijn meesteres bestemd zijn, koning te worden.”

Zij nam hierop haar oom in vertrouwen; deze echter wilde naar haar verraad niet luisteren en gaf haar zelfs een slag met een bundel vlas, welke hij toevallig in de hand had.

Daar zij zich uitgeput voelde, ging zij naar de rivier, om een teug water te drinken; zij werd echter door een krokodil gegrepen, die haar meesleurde.

Haar oom bracht daarop een bezoek bij Rud-didet en vond haar in zeer neerslachtigen toestand. Hij vroeg haar, waarom zij zoo terneergeslagen was en zij antwoordde, dat zij verraad van de zijde van haar kamenier vreesde.

„Gij behoeft niet meer voor haar te vreezen”, antwoordde de man, „want zij is door een krokodil gegrepen.”

Hier laat het manuscript ons in den steek. Het is te bejammeren, dat een zoo interessante huishoudelijke passage voor ons niet gespaard is.

De drie koningen, wier namen in de geschiedenis als de drie zonen van Rud-didet verschijnen, regeerden onder de 5e dynastie, zoodat men moeilijk kan aannemen, dat zij in de 4e geboren kunnen zijn.

Misschien heeft het verhaal de officieele aanneming van de Ra-vereering in Egypte tot grondslag. Men kan opmerken, dat de drie werkelijke namen van de drie kinderen, User-ref, Sah-ra en Kaku, als een woordspeling [220]op de namen van de eerste drie koningen van de 5e dynastie, User-kaf, Sahu-ra en Kaka, bedoeld zijn.

De geschiedenis van kinderen, die door het noodlot aangewezen waren, den troon te bestijgen, komt in alle mythologieën voor en het is onvermijdelijk, dat de vorst, wiens geslacht door hen vernietigd zal worden, een poging doet, om hen te vernietigen, terwijl zij nog in de wieg liggen. De Grieksche Danaë-mythe en de oude romance van Torrent van Portugal zijn voorbeelden hiervan. De middeleeuwsche romantiek is inderdaad vol van zulke geschiedenissen, doch dit is waarschijnlijk het oudste voorbeeld, dat wij kennen.