Een andere dergelijke discussie, welke amusanter trekken vertoont, vindt men in een lateren Demotischen papyrus; deze is wellicht met Grieksche ideeën geverfd.
Hierbij zijn de disputeerenden een monsterkat, welke de godin Bast voorstelt en een kleine jakhals. De kat bedient zich van orthodoxe gezichtspunten en geeft als haar meening ten beste, dat de wereld door de goden bestuurd wordt; dit kan iemand duidelijk opmaken uit het feit, dat ondeugd overwonnen wordt en de deugd tenslotte overwint.
Zelfs indien een klein lam onrecht aangedaan wordt, zal het aangedane geweld op den man, die het aandeed, terugvallen. Ook al wordt de zon gedurende een tijd door wolken verduisterd, al rolt de donder en al wordt de zonsopgang door den nevel verduisterd, zal toch het daglicht tenslotte doorbreken en de vreugde tenslotte overheerschend zijn. [203]
De jakhals aan den anderen kant is een realist. Volgens hem is op aarde macht recht. De hagedis, beweert hij, verslindt het insect en wordt op haar beurt de prooi van de vleermuis en deze wordt weer door de slang verzwolgen en op deze schiet weer de havik neer. De natuur is steeds in strijd.
Het schema van de redeneering van den jakhals herinnert ons aan een, welke door Darwin ontwikkeld wordt in zijn theorie over het overleven van de krachtigste individuen: „De natuur bekommert zich niet om het leven van een enkele.”
Hoe kan nu de zondaar gestraft worden en welke smeekbede kan hem afschrikken? De strijd tusschen de twee dieren wordt heeter; zij brengen verschillende spreekwoorden en fabels aan, om de verschillende punten der discussie te illustreeren en soms ook beginnen zij zich tegenover de goden zelf te beklagen.
De schrijver heeft klaarblijkelijk een voorliefde voor den jakhals en diens spitsvondige redeneering brengt de kat soms tot razernij. Het is echter zeer jammer, dat de tekst slecht overgeleverd is en verschillende passages buitengewoon duister zijn; doch het verhaal kan dienen als een oud voorbeeld voor den nooit eindigenden strijd tusschen den optimist en pessimist.