Langzamerhand werd de koningin door de werkzaamheid van demonen nauwkeurig ingelicht en kwam zij te weten, dat de kist op de kust van Byblos was aangespoeld en door de golven tegen een tamarindetak was aangedreven; deze was op verwonderlijke wijze tot een prachtigen boom opgeschoten en sloot de kist van Osiris in zijn stam in.
De koning van dat land, Melcarthus genaamd, had zich over de hoogte en schoonheid van den boom verwonderd, had dezen omgehakt en daarvan een zuil laten maken, om daarmede de zoldering van zijn paleis te stutten. In deze zuil nu was de kist, welke het lijk van Osiris bevatte, verborgen.
Osiris in de kist gelokt.
Evelyn Paul.
Isis haastte zich daarop in allerijl naar Byblos en zette zich daar bij een bron. Tot niemand, die haar naderde, wilde zij een woord spreken, behalve tot de meisjes van den koning; dezen sprak zij liefderijk toe, en maakte heur haar door haar adem welriekender dan het door eenige bloemengeur zou geworden zijn.
Toen de meisjes naar het paleis waren teruggekeerd, ondervroeg de koningin haar, hoe het kwam, dat heur haar zoo’n heerlijken geur van zich gaf en hierop vertelde zij haar ontmoeting met de schoone vreemdelinge. Koningin Astarte, of Athenais, verzocht haar daarop naar het paleis te komen, verwelkomde haar hartelijk en stelde haar tot voedster aan van een der prinsen.