Er waren honderden lagere goden, welke het Egyptische pantheon omringden en de karakteristieke eigenschappen van slechts eenigen van hen, kunnen behandeld worden. Elk uur van den dag had zijn eigen god, evenals ieder uur van den nacht.
De vier winden waren onder de Egyptische goden evenzeer vertegenwoordigd als bij de Grieken. De Noordenwind werd Qebui genoemd en wordt afgebeeld als een gevleugelde ram, met vier koppen; de Zuidenwind, Shehbui, ziet men in de gestalte van een man, met een leeuwenkop; de Westenwind, Huzayui, heeft den kop van een slang, op het lichaam van een gevleugeld man. De Oostenwind, Henkhisesui, komt ons soms in menschelijke gestalte tegen en heeft, evenals de Noordenwind, den kop van een ram, doch soms ook stelt men hem als een gevleugelde kever, met een ramskop, voor.
De zintuigen werden eveneens door goden voorgesteld. Zoo was Saa de god van het zintuig der aanraking, of het gevoel. Hij wordt in menschelijke gestalte afgebeeld en hij draagt op zijn hoofd een teeken, uit parallel loopende [194]lijnen samengesteld; dezen worden naar boven toe kleiner. In de Thebaansche uitgaaf van het Boek der Dooden, ziet men hem bij het oordeel onder die goden, die toezien op het wegen van de harten der gestorvenen. Soms vaart Saa, met Thoth en andere goden, in de boot van Ra. In een passage spreekt men over hem als zoon van Geb. Hij is de personificatie van het intellect, zoowel van menschen, als goden.
De god van den smaak heette Hu. Hij wordt eveneens als een man voorgesteld en men verhaalde, dat hij uit een bloeddruppel, welke uit Ra gevallen was, voortgekomen was. Hij werd de voorstelling van het goddelijk voedsel, waarvan de goden en de gelukzalige gestorvenen leven.
Maa was de god van het gezicht. Men schildert hem als een man, met een oog boven zijn hoofd, af en dit is eveneens het symbool van zijn naam.
Setem was de god van het gehoor en bij hem wordt zijn hoofd door een oor8 gekroond.
De planeten werden eveneens als goden beschouwd. Saturnus werd Horus, de stier van den hemel, genoemd; Mars werd eveneens met Horus geïdentificeerd, onder den naam van „den rooden Horus”, doch stond, streng beschouwd, onder bescherming van Ra; de god van Mercurius was Set en die van Venus, Osiris. Sommige sterren werden eveneens als goden beschouwd. De Groote Beer was onder den naam „de dij” bekend en de Draak werd met het nijlpaard Reret vereenzelvigd.
De dagen van de maand stonden verder eveneens onder beschermgoden. [195]