Het is niet gemakkelijk de ware mythologische beteekenis der godin Hathor, de beschermster van de vrouwen, de liefde en het genoegen, meesteres van den hemel en de onderwereld, te peilen.
Hathor.
Zij nam een zeer aanzienlijke positie in het pantheon van het oude Egypte in, daar zij uit zeer oude, zelfs prae-dynastieke tijden dateerde. In de opvatting over Hathor vinden wij een menigte mythologische ideeën vermengd; zij is een maangodin, een godin van de lucht, van het [175]Oosten, het Westen, een godin, die met het heelal in verbinding staat, die tevens den landbouw beschermt, zij was verder een godin der vochtigheid en soms zelfs een zonnegodin. Hoewel haar oorspronkelijke vorm dus in het duister gehuld is, vermoedt men, dat zij in den beginne een maangodin was en wel om redenen, welke hieronder volgen.
De oorspronkelijke gestalte, waarin Hathor vereerd werd, was die van een koe. Later wordt zij als een vrouw, met den kop van een koe voorgesteld en ten slotte met een menschelijk hoofd, met een breed, vriendelijk en kalm gelaat, dat ongetwijfeld de gelijkenis met den kop van een koe vertoont, terwijl het soms nog de horens van het dier waarop zij lijkt, behouden heeft.
Soms ook ziet men haar met een haardos, welke op een paar horens gelijkt, met de schijf van de maan daartusschen. Soms ook ontmoet men haar in de gestalte van een koe, welke in een boot staat, omringd door papyrus-riet.
Nu wordt in de mythologie de koe dikwijls met de maan geïdentificeerd—waarom, is moeilijk uit te maken. Misschien is het te gewaagd, om de veronderstelling op te werpen, dat de verschijning van de maan, welke op sommige tijdstippen eenige gelijkenis met een hoorn heeft, de menschen op de gedachte gebracht heeft dat zij op een of andere wijze met de koe in verband staat.
Mythologie is in vele gevallen op zulke oppervlakkige gelijkenissen en analogieën gebaseerd en door dezen leert de geest van den oorspronkelijken mensch het eerst denken. Ook zou het kunnen zijn, dat de koe, een dier van groot gewicht voor landbouwers, met de maan verbonden werd, daar deze als meesteres van het weer en als voornaamste oorzaak van den groei en de vruchtbaarheid beschouwd werd.
Het feit, dat Hathor soms in de gedaante van een koe, in een boot, gezien wordt, wettigt het vermoeden, [176]dat zij eveneens een watergodheid was en verhoogt tevens de waarschijnlijkheid, dat zij met de maan vereenzelvigd werd; de laatste immers werd door de Egyptenaren als de bron van alle vochtigheid beschouwd.
De naam Hathor beteekent: „Huis van Horus”, d.w.z. de lucht, waarin de zonnegod Horus woonde en er is geen twijfel aan, of Hathor werd op zeker tijdstip als een godin van de lucht beschouwd, of als een godin van de Oostelijke lucht, waar Horus geboren was; ook is zij met de lucht van den nacht geïdentificeerd en met de lucht van den zonsondergang.
Indien wij haar echter als een maangodin beschouwen, zal veel van de mythologie, welke op haar betrekking heeft, duidelijk worden. Er wordt b.v. dikwijls over haar gesproken als „Oog van Ra”; Ra bezit hier waarschijnlijk de verdere beteekenis van god van de lucht. Ook wordt zij aangeduid als de „gouden”, die hoog in het Zuiden, als de vrouw van Teka, staat en het westen als de heerscheres van Sais verlicht.
Dat zij de heerscheres in de onderwereld was, is eveneens niet te verwonderen, indien wij haar identiek met de maan beschouwen; onderneemt de maan toch niet een dagelijkschen pelgrimstocht door Amentet? Evenmin is het verbazingwekkend, dat men een godin van vochtigheid en plantengroei in de onderwereld vinden kan, terwijl zij water uitdeelt aan de zielen der gestorvenen, uit de takken van een palm, of vijgeboom.