[Inhoud]

Een Sociale Omwenteling.

Gelijktijdig met deze revolutie, op godsdienstig gebied, vond er een sociale en artistieke omwenteling, van niet minderen omvang, plaats. Aten was, tenminste in theorie, als godheid van de kluisters van mythe en ritus, welke rondom zijn voorgangers vastgeroest waren, bevrijd. Zijn cultus was in wezen een naturalistische. Het maatschappelijk leven richtte er zich daarom naar in, vrijer en natuurlijker te worden.

De koning en de koningin bewogen zich thans onder het volk met minder plechtigheid, dan zij tot nog toe gewoon waren; het familieleven was aan minder beperking onderworpen, kortom, overal werd een bepaalde voorliefde voor alles, wat natuurlijk en spontaan was, merkbaar.

De beweging verbreidde zich langzamerhand zelfs tot de kunst van het volk; deze toch toont, in zekere kleuren, een bepaald breken met de gevestigde tradities, daar de kunstenaars, onder de regeering van dien vorst, voor het eerst de licht- en schaduweffecten apprecieeren en eveneens die van een zuiverder schets. [172]

Ongelukkigerwijze bezitten wij niet voldoende gegevens, om de periode van Akh-en-Aten’s regeering nauwkeurig te kennen. Waarschijnlijk vulde deze een twintigtal jaren. Na hem kwamen verschillende andere heerschers, doch geen van dezen nam den Aten-cultus in bescherming, zoodat deze spoedig verminderde, terwijl de suprematie van Amen-Ra in allen luister hersteld werd. Alle monumenten en tempels, ter eere van Aten opgericht, werden weggevaagd en eerst kort geleden door Lepsius, Petrie en Davis weer ontdekt. Het laatste toevluchtsoord van den god was Heliopolis, waar een heiligdom voor hem in stand bleef.