Anqet, het derde lid van het drietal uit Elephantine, was een zuster-godin van Satet. Zij droeg een kroon van veeren, een omstandigheid, welke aanduidt, dat haar oorsprong een zuiver Afrikaansche was en wellicht was zij een godin van een van de eilanden van de eerste Cataract.
Vanaf zeer oude tijden is zij met de andere leden van het drietal vereenigd en haar cultus was, door het Noordelijk [168]gedeelte van Nubië, wijd en zijd verspreid. In later tijd was Sahal het middelpunt van haar vereering en hier werd zij als koningin van dat eiland beschouwd en werd, waarschijnlijk onder de 18e dynastie, een tempel voor haar gebouwd. Zij bezat ook een heiligdom te Philae en werd daar met Nephthys geïdentificeerd, zooals noodzakelijk is, als men op het feit let, dat Osiris met Khnemu en Satet met Isis vereenzelvigd is.
Brugsch beschouwt haar als de verpersoonlijking van de wateren van den Nijl en meent, dat haar naam beteekent: „omringen, omvatten” en dat dit op de omvatting en de voeding van de velden, door de rivier, slaat.