Plutarchus is onze voornaamste bron voor de Osiris-legende. In de Egyptische teksten kan men geen complete [71]vertaling van het verhaal vinden, ofschoon dezen de verhalen van de Grieksche mythe bevestigen. Het volgende is een korte uiteenzetting van de mythe, zooals in Plutarchus’ „De Iside et Osiride”, wordt verhaald:
Rhea (de Egyptische Nut, de godin van den hemel) was de vrouw van Helios (Ra). Zij werd echter door Kronos (Geb) geliefd en beantwoordde zijn genegenheid. Toen Ra de ontrouw van zijn vrouw ontdekte, was hij vreeselijk vertoornd en sprak een vervloeking tegen haar uit, terwijl hij zeide, dat haar kind in geen enkele maand, of jaar, zou geboren worden.
Nu kon de vloek van Ra, den almachtige, niet afgewend worden, want Ra was de opperste van alle goden. In haar nood riep Nut de hulp in van den god Thoth (den Griekschen Hermes), die haar eveneens beminde. Thoth wist, dat de vervloeking van Ra vervuld moest worden, maar hij vond door een zeer slim plan een uitweg voor de moeilijkheid.
Hij ging tot Silene, de godin der maan, wier licht met dat van de zon wedijverde en daagde haar tot een spel uit. De inzet was aan beide zijden hoog, maar Silene zette een deel van haar licht in, het 17e deel van elk van haar verlichtingen en verloor.
Zoo komt het, dat haar licht somtijds vermindert en afneemt, zoodat zij niet langer de mededingster van de zon is. Uit het licht, dat hij van de maangodin Thoth had gewonnen, maakte Thoth vijf dagen en voegde dezen bij het jaar, dat in dien tijd uit 360 dagen bestond en wel op zoodanige wijze, dat zij noch tot het voorafgaande, noch tot het volgende jaar, noch tot eenige maand behoorden.
Op deze vijf dagen werd Nut van haar vijf kinderen verlost. Osiris werd op den eersten dag geboren, Horus op den tweeden, Set op den derden, Isis op den vierden en Nephtys op den vijfden2. Bij de geboorte van Osiris [72]hoorde men een stem, welke door de geheele wereld klonk en zeide: „De beheerscher der geheele aarde is geboren!” Een overlevering, welke van de vorige in gering opzicht verschilt, vertelt, dat een zeker man, Pamyles genaamd, bezig was met waterdragen voor den tempel van Ra te Thebe en een stem hoorde, welke hem beval de geboorte van den „goeden en grooten koning Osiris” alom bekend te maken en dat hij dit onmiddellijk deed. Hierom werd de opvoeding van den jeugdigen Osiris aan Pamyles toevertrouwd. Aldus zou het feest der Pamilia zijn ontstaan.
Osiris.
Na verloop van tijd werden de profetieën aangaande Osiris vervuld en hij werd een groot, wijs koning. Het Egyptische land bloeide onder zijn bestuur, zooals het nooit tevoren had gedaan. Evenals verscheidene andere halfgoden stelde hij zich tot taak, zijn volk te beschaven, daar dit bij zijn komst zich in zeer barbaarschen toestand bevond en zich overgaf aan kannibalisme en andere wilde praktijken.
Hij gaf het volk een wetboek, onderwees het in den landbouw en leerde het den ritus de goden te vereeren. En toen hij erin geslaagd was orde en wetten in Egypte te grondvesten, ging hij naar ver verwijderde landen, om zijn beschavingswerk voort te zetten. Zoo vriendelijk en goed was zijn methode om kennis aan de gemoederen van de barbaren bij te brengen, dat zij den grond, waarop hij liep, aanbaden.