In de stad Elephantine werd een drietal groote goden vereerd. Dit bestond uit Khnemu, Satet en Anqet.
Khnemu.
De vereering van eerstgenoemden god dateerde al uit oer-oude tijden en zelfs in de inscriptie van koning Unas vinden wij over hem gesproken op een wijze, welke bewijst, dat hij zeer oud was.
Zijn positie was steeds zeer verheven en zelfs tot het laatste toe, schijnt hij in de oogen van de Gnostici van zeer groot gewicht geweest te zijn. Khnemu was waarschijnlijk [164]een god van de Egyptenaren uit den prae-dynastieken tijd.
Zijn symbool is de ram, met platte horens voorzien; deze schijnt uit het Oosten ingevoerd te zijn. Na de 12e dynastie vinden wij hem echter in geen enkele inscriptie vermeld.
Gewoonlijk wordt hij in de gestalte van een man, met den kop van een ram voorzien, voorgesteld, terwijl hij de witte kroon draagt en soms de schijf. Op sommige afbeeldingen ziet men hem water over de aarde uitgieten en op weer andere met een juk boven zijn horens; dit is ongetwijfeld een aanwijzing, dat hij met vochtigheid in verband staat.
Zijn naam beteekent de bouwer, of vormer en hij was het, die den eersten mensch aan het pottebakkerswiel vormde, die het eerste ei, waaruit de zon ontsproot, vervaardigde en de lichamen der goden samenstelde en voortging hen te beschermen.
Khnemu is te Elephantine, vanaf onheuglijke tijden, vereerd en daarom was hij de god van de eerste Cataract. Zijn tegenhangsters, Satet en Anqet, zijn als een gedaante van de ster Sept en als een Nubische locale godin geïdentificeerd.
Uit de teksten is het volkomen duidelijk, dat Khnemu, evenals Hapi, oorspronkelijk een riviergod was, die als de god van den Nijl en de jaarlijksche overstrooming beschouwd werd en het kan zijn, dat hij en Hapi Nijlgoden waren, door twee verschillende rassen ingevoerd, of misschien door het volk uit twee verschillende deelen van het land.
In de teksten wordt hij genoemd „de vader van de vaderen der goden en godinnen, heer van de dingen door hemzelf geschapen, maker van hemel, aarde, Duat, water en bergen”, zoodat wij zien, dat hij, evenals Hapi, met de scheppingsgoden vereenzelvigd is.
Soms wordt hij voorgesteld als iemand met een menschelijk [165]lichaam, waarop de koppen van 4 rammen geplaatst zijn en daar hij de attributen van Ra, Shu, Geb en Osiris met die van zichzelf vereenigd heeft, stellen deze koppen waarschijnlijk de genoemde goden voor. Brugsch echter werpt het vermoeden op, dat zij de vier elementen, vuur, lucht, aarde en water voorstellen. Doch het is zeer moeilijk in te zien, hoe dit mogelijk is. In elk geval stelt Khnemu, wanneer hij met de vier koppen afgebeeld wordt, de groote, oorspronkelijke scheppingskracht voor.