De groote tegenhangster van Amen-Ra was Mut, de moeder van het heelal. Gewoonlijk stelt men haar als een vrouw voor, die de vereenigde kronen van het Noorden en Zuiden draagt en den scepter van papyrus vasthoudt. Op sommige afbeeldingen wordt zij met vleugels voorgesteld en op andere worden de koppen van gieren boven haar schouders zichtbaar.
Mut.
Evenals haar echtgenoot, is zij soms met allerlei attributen, zoowel van menschen als dieren, versierd, waarschijnlijk, om haar alles omvattende natuur aan te duiden. Mut nam, evenals Amen, een groot aantal van de attributen van de vrouwelijke godheden van Egypte tot zich. Aldus werd zij met Bast, Nekhebet en andere geïdentificeerd, hoofdzakelijk om deze reden, dat, daar Amen zich meester gemaakt had van de attributen van andere goden, zij, als zijn vrouw, hetzelfde moest doen.
Zij is in de mythologie een treffend voorbeeld, om te doen zien, wat het huwelijk voor een godin doen kan. Zelfs Hathor wordt met haar geïdentificeerd, evenals Ta-urt en iedere andere godin, van wie men meende, dat zij de attributen van een moeder bezat. Voor haar vereering vormde Thebe een middelpunt en hier bevond zich haar tempel, een weinig ten Zuiden van het heiligdom van Amen-Ra.
Zij werd de „hemelsche vrouw” en „koningin der goden” genoemd en haar hieroglyphisch symbool, een gier, werd op de kroon der Egyptische koningin gedragen, als voorstelling van haar moederschap.
De tempel van Mut, te Thebe, werd door Amen-hetep III, ongeveer in 1450 v.C. gebouwd. De toegang hierheen werd door een prachtige laan van sphinxen gevormd en de tempel zag op een kunstig aangelegd meer uit. [155]Waarschijnlijk was Mut de oorspronkelijke tegenhangster van Nu; deze toch werd, in zeker opzicht, met Amen vereenigd. Zij wordt slechts ééns in het Boek der Dooden, in de Thebaansche recensie, vermeld, een feit, dat in het geheel niet vreemd is, wanneer men het aanzien in aanmerking neemt, dat zij bij de priesters van Amen genoten moet hebben.