Hoewel het schijnt, dat de god Amen reeds in de 5e dynastie onder de Egyptische goden geteld is, waar men over hem gesproken vindt als over een der oorspronkelijke goden1, begonnen zijn aanhangers eerst in een latere periode die buitengewone groote macht te ontwikkelen, welke zij in Egypte uitoefenden. [148]
Afgezien van dien van Ra en Osiris, was de vereering van Amen meer verspreid dan die van eenig ander god in het Nijldal, doch deze omstandigheid schijnt meer door politieke, dan door godsdienstige propaganda bewerkt te zijn.
Isis en Ra.
Evelyn Paul.
Wat zijn attributen in het Oude Rijk waren, weten wij niet. Zijn naam beteekent: „wat verborgen is” of „wat niet gezien kan worden” en wij worden door hymnen en andere werken onderricht, dat hij „voor zijn kinderen verborgen is en eveneens voor goden en menschen”.
Nu heeft men vermoed, dat deze uitdrukkingen op het ondergaan van de zon betrekking hebben, doch er is meer reden te vermoeden, dat zij te kennen geven, dat Amen een god is, die door menschelijke oogen niet gezien, of opgespoord kan worden. Het is niet moeilijk te zien, dat de opvatting over zulk een godheid zich spoedig in de gunst zou verheugen van een priester- en theologenkaste, welke spoedig genoeg kreeg van de meer materieele godsdiensten, welke hen omringden en die naar een vorm voor een godheid zochten, welke minder onafgewerkt was, dan de ruime symbolische stelsels, welke in het land domineerden. De geheele theologische geschiedenis van Amen is die van een priesterschap, welke zich ten doel stelde een meer materialistische bevolking een meer geestelijk type van vereering en een hoogere opvatting over God op te leggen.
Amen werd onder verschillende gestalten vereerd2, n.1. in de gestalte van een man, op een troon gezeten, met den kop van een kikvorsch, of met het lichaam van een man, den kop van een slang en verder nog als aap, of leeuw, afgebeeld. De meest gebruikelijke vorm echter, waarin hij afgeschilderd wordt, is die van een gebaard man, die op zijn hoofd twee lange, rechte veeren draagt, welke afwisselend rood en groen, of rood en blauw, gekleurd zijn. [149]
Hij is in een linnen rok gekleed, draagt armbanden en een halsketting en achter uit zijn kleeding komt een staart, van een of ander dier, te voorschijn, een aanwijzing, dat hij in oude tijden een scheppende god was. In latere tijden is hij van een havikkop voorzien, doch dit was vóór zijn versmelting met Ra.
Het groote middelpunt van zijn vereering en de plaats, vanwaar zijn macht is toegenomen, was Thebe en hier werd te zijner eer onder de 12e dynastie een tempel gebouwd. Op dat tijdstip was hij meer een locale god, doch toen de vorsten van Thebe machtig werden en de souvereiniteit over Egypte aan zich trokken, steeg de roem van Amen, tegelijk met den hunnen en werd hij in Opper-Egypte een god, die boven anderen uitstak.
Zijn priesters, die de nieuwe politieke toestanden gretig aangrepen, slaagden er in hem met Ra en diens bijvorm, te identificeeren en al diens attributen legden zij Amen bij; zij stelden verder vast, dat, hoewel hun god al hun eigen karaktertrekken bezat, hij toch veel grooter en verhevener was dan zij zelf.
Zooals wij reeds opgemerkt hebben, werd de god, die een tijdlang de plaatselijke god van de hoofdstad van Egypte was, langzamerhand de nationale god en daar dat lot Amen ten deel viel, trokken zijn priesters alle voordeelen van dit feit. Nooit werd een god zoo benut en om het maar eens zoo uit te drukken, nooit werd voor een god zulk een reclame gemaakt, als voor Amen.
Toen ongelukkige tijden over Egypte kwamen en de Hyksos het land binnenvielen, stilde Amen, dank zij zijn priesterlijke voorvechters, den storm en is na een moorddadigen strijd de god der Egyptenaren geworden.
Toen het land zich van de verwarring herstelde en de toestanden weer geregeld werden, droegen de militaire successen van de 18e dynastie grootelijks tot de vermeerdering van de macht en roem van Amen bij en de buit van het veroverde Palestina en Syrië vulde zijn tempels. [150]
Natuurlijk was er een groote ontevredenheid bij de vereerders van Ra, bij zulk een loop der zaken. Osiris, als populair god, kon niet in ongenade vallen, daar hij een te grooten invloed op de verbeeldingskracht van het volk had gekregen en zijn cultus en karakter van een te bijzondere natuur waren, om de overweldiging van een anderen god te kunnen verdragen. Zijn cultus heeft zich langzamerhand ontwikkeld, waarschijnlijk in den loop van vele eeuwen, en de omstandigheden voor zijn vereering waren eenig.
Amen-Ra.
De godsdienstige vereering van Ra echter vond een mededingster in die van een godheid, welke niet alleen attributen te zien gaf, maar een, wier vereering over het geheel genomen, meer geestelijk was en hooger stond, dan die van den zonnegod.
Wij weten niet, welke theologische strijd over de suprematie der beide goden gevoerd is, doch wel weten wij, dat priester-handigheid, evenals in andere gevallen, meer dan berekend was voor haar taak. Er had n.1. een fusie tusschen de twee goden plaats.
Het zou overijld zijn, te beweren, dat deze versmelting een overeengekomen plan tusschen de twee met elkaar wedijverende godsdiensten vormde en het is waarschijnlijker, dat hun aanbidders zich kalm bij een langzaam proces van samensmelting neerlegden. De Thebaansche priesters kwamen wellicht tot de erkenning, dat het onmogelijk was, de vereering van Ra geheel en al uit te roeien en aldus kwamen zij tot een onvermijdelijke oplossing en aanvaardden de fusie met hun eigen god.