[Inhoud]

Rat.

In den lateren tijd werd er voor Ra een tegenhangster, Rat genaamd, uitgevonden; zij werd als een vrouw afgebeeld, die op haar hoofd een schijf met horens en een uraeus torste. Zij schijnt echter niet van zeer groot gewicht geweest te zijn en wellicht dankte zij haar ontstaan aan de idee, dat iedere groote god zijn dubbelgangster moest hebben.

De vereering van Ra was gedurende de dynastieën in de stad van Anu, On, of Heliopolis, ongeveer vijf mijlen van het tegenwoordige Caïro, geconcentreerd. De priesters van den god hadden zich gedurende de vijfde dynastie daar gevestigd; de eerste koning toch van deze was hoogepriester van den god, een omstandigheid, welke aantoont, dat de cultus op dit vroege tijdstip (pl.m. 3350 v.C.) in dat gedeelte van Egypte een grooten invloed verkregen moet hebben.

Een oude legende vertelt ons, hoe een afstammeling van Ra het eerst zich van den Egyptischen troon meester maakte, welke legende men hieronder kan vinden.

Deze overlevering bewijst, dat in oude tijden de koningen geloofden, dat zij van Ra, die, naar men verzekerde, [143]eens over het land geheerscht had en wiens bloed in de aderen van de koninklijke familie stroomde, afstamden.

Inderdaad beweerde men, dat Ra de feitelijke stamvader van verschillende Egyptische koningen was en dezen werden daarna als de incarnatie van dien god beschouwd. Zulke ficties der priesters gaven aan de theocratische klasse verhoogde macht, totdat tenslotte de vereering van Ra die van bijna iedere andere godheid in het Nijldal overschaduwde, daar deze andere goden in het theologisch systeem van de priesters van Heliopolis opgenomen werden en een ondergeschikte positie in de godengroep, welke den grooten zonnegod omringde, innamen.