Ra, de groote zonnegod, schijnt reeds op een vroeg tijdstip een vooraanstaande positie in het Egyptische pantheon ingenomen te hebben. De latere Egyptenaren schijnen gedacht te hebben, dat de naam in zekeren zin met schepping verbonden was.
De aanbidding van de zon was zeer oud in Egypte en het is daarom waarschijnlijk, dat een aantal zonne-eerediensten met dien van Ra versmolten. Het is zeker, dat dit het geval was met den dienst van den havikgod Heru, of Horus. Deze beide goden worden gewoonlijk met het lichaam van een man en den kop van een havik afgebeeld, doch soms hebben zij ook de werkelijke gestalte van dien vogel.
Ra.
Vanaf de oudste tijden schijnt de havik met de zon geïdentificeerd te zijn. Zijn vliegkunst en de hoogte, welke hij bij het vliegen bereiken kan, waren waarschijnlijk de redenen, dat men hem in verbinding bracht met het groote licht van den dag. In verschillende landen zijn vogels, met hemelhooge vlucht, het symbool van de zon. Zoo is de adelaar bij verscheidene Noord-Amerikaansche Indianen het zinnebeeld van de zon. De gieren stelden in het oude Peru den dagelijkschen loop van de zon voor en misschien vervulde de adelaar deze functie in den Mexicaanschen godsdienst.
Niet altijd echter zijn het vogels met hooge vlucht, welke de zon typifieeren. Zoo schijnt in Mexico en Midden-Amerika de quetzal-vogel hiervoor gediend te hebben en in dezelfde landen werd de kolibrie soms met de zon verbonden. Nu is het vreemd, dat, evenals wij den vogel en de slang bij den Mexicaanschen god Quetzalcoatl gecombineerd vinden, wij deze zelfde dieren ook bij Ra tezamen vinden, daar deze als zijn symbool een zonneschijf draagt, welke door de slang Khut omstrengeld wordt. [141]
De Egyptenaren hadden verschillende opvattingen over de wijze, waarop de zon langs den hemel trok. Een van dezen was, dat zij door de watermassa van de lucht in verschillende booten, of schuiten, trok. Zoo bezette de opkomende zon de schuit Manzet, een naam welke „groeiende kracht” beteekent; de avondzon werd naar de plaats van den zonsondergang door de boot Mesektet overgezet welke „toenemende zwakheid” beteekent; in deze beide namen zal men gemakkelijk allegorische namen voor de opkomende en ondergaande zon ontdekken. De aangewezen weg van Ra, door de lucht, is op het tijdstip der schepping door de godin Maāt, de personificatie van rechtvaardigheid en orde, vastgesteld.
De dagelijksche reis van Osiris werd door een gezelschap van vriendelijk gezinde goden medegemaakt; dezen voerden zijn schip tot de plaats der zonsondergang, terwijl de loop door Thoth en Maāt bepaald was en Horus als stuurman en kapitein fungeerde. Aan iedere zijde van de boot zwommen een of twee visschen, welke loodsdienst verrichtten, Abtu en Ant genaamd, maar niettegenstaande de hulp van deze twee gezellen, werd Ra’s boot voortdurend door afgrijselijke monsters en demonen omringd, welke al hun best deden, den doortocht te verhinderen.
Verreweg de machtigste van dezen was de slang Apep, de personificatie van de duisternis van den nacht, over wien wij veel inlichtingen ontvangen door het boek getiteld: „Het Boek van de vernietiging van Apep”, hetwelk tooverformules en andere instructies aangeeft, om het monster te overweldigen; deze formules werden dagelijks, in den tempel van Amen-Ra, te Thebe, opgezegd.
Hierin wordt Apep tot krokodil en slang teruggebracht en er wordt in beschreven, hoe zij door middel van magie met een speer doorboord, met messen aan stukken gesneden, onthoofd, geroosterd en ten slotte door het vuur verteerd kan worden en haar duivelsche volgelingen eveneens. [142]Deze tooverkunsten werden plichtsgetrouw dagelijks te Thebe uitgevoerd en men geloofde, dat dezen de reis van den zonnegod ten zeerste bevorderde.
In Apep nu zien wij een figuur, welke in bijna iedere mythologie bekend is. Zij is het monster, dat dagelijks met de zon strijdt en ten slotte er in slaagt, deze te verslinden. Zij is dezelfde, welke met Beowulf, den zonneheld, strijdt; dezelfde als de nachtelijke draak in de Chineesche mythologie en de Fenris-wolf in de Scandinavische geschiedenis, kortom als de veelvuldige monsters der fabelen, legenden en romans. Wij vinden haar tegenhanger eveneens in den Babylonischen draak Tiamat, welke door Marduk verslagen werd.