[Inhoud]

Het Boek der Dooden.

Het Boek der Dooden, in het Egyptische Pert em hru getiteld, een titel welke vertaald wordt als: „verschijnend over dag”, of „dag der openbaring”, is een groot lichaam van godsdienstige compositie, dat voor het gebruik der dooden in de onderwereld tezamen gebracht is.

Het is waarschijnlijk, dat de naam voor de Egyptenaren een beteekenis had, welke men onmogelijk in eenige moderne taal kan overbrengen en dit wordt door een ander van zijn titels: „Het hoofdstuk om de Khu (geest) te volmaken”, voldoende aangetoond.

Men weet, dat teksten, welke zich met het welzijn van de dooden en hun leven in de onderwereld bezighielden, onder de Egyptenaren zeker reeds in 4000 v.C. bekend [119]waren. De oudste vorm van het Boek der Dooden, welke ons bekend is, komen wij in de Pyramiden-teksten tegen.

Met de uitvinding der mummieficatie ontstond een meer compleet begrafenis-ritueel, op de hoop gebaseerd, dat dergelijke ceremonies het lichaam tegen bederf zouden vrijwaren, het voor altijd bewaren en het tot een gelukzalig bestaan onder de goden zouden brengen.

Bijna onmiddellijk voor den tijd der dynastieën schijnt aan den cultus van Osiris een zeer groote prikkel te zijn toegevoegd. Hij was nu de god der dooden par excellence geworden en zijn dogma leerde, dat uit het voor bederf bewaarde een ander schoon astraal lichaam te voorschijn zou komen, de toekomstige woning van den geest van den gestorvene. Daarom werd het noodzakelijk, zoo uitgebreid mogelijke maatregelen voor het bewaren van de menschelijke overblijfselen te nemen.

De meeste teksten, welke in het Boek der Dooden voorkomen, zijn ouder dan de tijd van Mena, den eersten historischen koning van Egypte. Het is nog mogelijk te zien, dat vele van deze teksten herzien, of uitgegeven waren, lang voordat de copieën, welke ons bekend zijn, gemaakt zijn. De schrijvers van beroep, die de oude teksten overschreven, schijnen reeds ongeveer in 3300 v.C. zoo door den inhoud daarvan in verwarring gebracht te zijn, dat zij ternauwernood hun bedoeling verstonden.6

Bij Dr. Budge lezen wij het volgende: „In elk geval zijn wij gerechtigd, de oudste bewerking op dat tijdstip te stellen, waarop de z.g. Egyptische beschaving begint.7