[Inhoud]

Thoth.

Thoth, of Tehuti, was een zeer samengestelde godheid Laten wij zijn attributen opsommen, voordat wij zijn [115]beteekenis trachten te ontwarren. Men spreekt over hem als den teller van de sterren, den meter en teller van de aarde, terwijl hij tevens de machtige heer der boeken en schrijver der goden was en kennis bezat van de goddelijke gave der spraak.

Thoth.

Thoth.

Over het algemeen werd hij in menschelijke gestalte afgebeeld, met het hoofd van een ibis, doch somtijds verschijnt hij ook in de geheele gestalte van dien vogel. Op zijn hoofd droeg hij de wassende maan, een schijf, de Atefkraan en de kronen van het Noorden en het Zuiden.

In het Boek der Dooden wordt hij geschilderd als schrijver, die het schrijfriet en het palet in de hand houdt, terwijl hij op de tafeltjes de getuigenissen van de dooden opschrijft, wier hart voor hem gewogen wordt.

Er is geen reden te vermoeden, dat Thoth van een totemistisch karakter was, daar hij tot de cosmogonische, of natuurgoden, behoort en geen andere, of weinigen van dezen, tot dit type behooren. Een andere vorm, waarin Thoth voorkomt, is die van een aap, met een hondenkop voorzien en deze is, zooals men vastgesteld heeft, het symbool voor het evenwicht.

De voornaamste plaats, waar hij vereerd werd, was Hermopolis; hier veronderstelde men, dat Ra ontstaan was. Men schreef Thoth de geestelijke vermogens van Ra toe en inderdaad de gezegden van Ra schenen van zijn lippen gevloden te zijn. Hij was de verpersoonlijking van de goddelijke gave van de spraak. Doch wij loopen de zaak vooruit. Laten wij eerst zijn oorspronkelijke beteekenis trachten te ontdekken, voordat wij de meer ingewikkelde attributen opsommen, welke in later tijd in overstelpende hoeveelheid zijn deel geworden zijn.

Het is zeer duidelijk, dat Thoth oorspronkelijk een maangod is. Hij wordt „de groote god” en „de god van den hemel” genoemd. Onder primitieve volken is de maan de groote regelaar van de jaargetijden. Een maankalender is altijd in gebruik vóór de invoering van de [116]zonnetijdrekening. Aldus is de maan de groote meter van het leven, in de oudste tijden.

Oude volken spreken aldus over de zaai-, de lente-, de graan- of oogstmaand en zoo voorts. Thoth was dus een meter, omdat hij een maangod was en omgekeerd, vanwege zijn beteekenis van maangod, was hij een meter.

Als Aah-Tehuti is hij het symbool voor de nieuwe maan, daar de tijd door de oudste volken vanaf haar eerste verschijning berekend wordt.

Zijn oog is de volle maan, evenals het oog van Ra de zon in den middag beteekent. Doch het linkeroog van Ra is eveneens de symbolische voorstelling hiervan, of van het koude gedeelte van het jaar, wanneer de zonnestralen niet zoo sterk zijn.

Somtijds wordt zij ook „het zwarte oog van Horus” genoemd, terwijl het witte oog dan de zon voorstelt. Dit is een staaltje, hoe de attributen van de Egyptische godheden geheel en al verward worden.

Daar hij een maangod was, werd hij tot op zekere hoogte met het vocht verbonden en in hoofdstuk 95 van het Boek der Dooden lezen wij over hem in zijn kwaliteit van regen- en dondergod.