[Inhoud]

Set.

De cultus van Set dateert uit de grijze oudheid en ofschoon men hem later als het gepersonificeerde kwaad beschouwde, was dit niet zijn oorspronkelijke rol. Volgens de priesters van Heliopolis was hij de zoon van Geb en Nut en derhalve een broer van Osiris, Isis en Nephthys, echtgenoot van de laatst genoemde en vader van Anubis.

Deze verwantschapsbetrekkingen werden op een betrekkelijk laat tijdstip gemaakt.

In de pyramiden-teksten treedt Set als een vriend der dooden op en zelfs stond hij Osiris bij, toen deze door middel van een ladder den hemel trachtte te bereiken. Ook werd hij door Horus vergezeld en als diens gelijke beschouwd.

Langzamerhand echter beschouwde men hen als doodsvijanden, die alleen door den wijzen Thoth verhinderd [108]werden, elkander geheel en al te vernietigen. Horus de Oudere was de god van de lucht bij dag en Set de god van de lucht bij nacht. De een was inderdaad de directe tegenstander van den ander.

Set.

Set.

De afleiding van den naam geeft aanleiding tot vele moeilijkheden. Zijn hieroglyph wordt uitgelegd als de voorstelling van een dier, of een steen, waarschijnlijk een symbool van het steenachtige of verlaten landschap aan beide zijden van den Nijl. Wat het dier betreft, dat hem zou voorstellen, dit is tot nog toe op geen enkele wijze geïdentificeerd, doch verschillende uitleggers zien hierin een afbeelding van een kameel, of een okapi. In elk geval moet het een bewoner van de woestijn zijn geweest, welke den mensch vijandig is.

Evenals Horus de god van het Noorden was, zoo was Set die van het Zuiden. Dr. Brugsch ziet in Set de symbolische voorstelling van de benedenwaartsche beweging van de zon en maakt hem aldus tot bron van de verderfelijke zonnehitte. Men dacht, dat hij, wanneer de dagen begonnen te korten en de nachten te lengen, het licht van den zonnegod stal. Hij was eveneens behulpzaam bij de maandelijksche afname van de maan. Stormen, aardbevingen, eclipsen en alle andere natuurverschijnselen, welke duisternis veroorzaakten, werden aan zijn invloed toegeschreven en vanuit een ethisch gezichtspunt was hij de god van zonde en kwaad.

Wij vinden, dat de mythen van den strijd tusschen Set en Horus zich ontwikkelden, uit de eenvoudige tegenstelling tusschen den dag en den nacht, tot den strijd tusschen de twee goden. Ra en Osiris, inplaats van Horus, worden soms tegenover Set gerangschikt.

De strijd symboliseert de zedelijke idee van de overwinning van het goede over het kwade en men dacht dat zij van de gestorvenen, die van schuld waren vrijgesproken, Set overwonnen hadden, zooals Osiris dit gedaan had. [109]

In zijn strijd tegen den zonnegod nam Set de gedaante van den monsterslang Apep aan en werd door een leger kleinere slangen en reptielen van allerlei soort vergezeld. In later tijd vinden wij hem met Typhon geïdentificeerd.

Alle dieren van de woestijn en die, welke in de wateren huisden, werden als kinderen van Set beschouwd, zoo ook dieren, zelfs menschen, met rood haar. Zulke dieren werden zelfs dikwijls geofferd, om Set gunstig te stemmen. In de maand Pachons werden een antilope en een zwart zwijn aan hem geofferd, om hem af te schrikken, de volle maan aan te vallen en op het groote feest van Heru-Behudeti werden die vogels en visschen, van welke men geloofde, dat zij tot zijn gevolg behoorden, met de voeten vertrapt, onder het aanheffen van den kreet, dat Ra over zijn vijanden getriumpheerd had.

Ook bezat hij een koninkrijk in de Noordelijke luchtstreken en de Groote Beer was zijn bijzondere verblijfplaats. Evenals in sommige andere landen beschouwde men het Noorden als de plaats van de duisternis, de koude en den dood. Zoo vinden wij, dat men bij de Mexicanen en Maya het Noorden als de verblijfplaats van den god van den dood beschouwde en dat onder de latere bevolking de hieroglyph voor het Noorden een been is, voor het hoofd van den god van den dood geplaatst.

Van de godin Reret, met het hoofd en het lichaam van een hippopotamus, geloofde men, dat zij den boozen invloed van Set in bedwang hield. Er bestaat een afbeelding van haar, waarop zij de duisternis aan een ketting gebonden vasthoudt en men beschouwde haar als een vorm van Isis.

Waarschijnlijk begon ongeveer tegen den tijd van de 22e dynastie de vereering van Set te verminderen en in dezen tijd kreeg hij de gedaante van een duivelsche godheid. Men heeft de theorie verkondigd, dat de Hyksos, die het land binnendrongen, hem met eenige van hun [110]eigen goden identificeerden en dit feit was voldoende, om hem bij de Egyptenaren in discrediet te brengen.