[Inhoud]

Het Zwarte Zwijn.

Ra, Set en Horus worden in een Egyptische mythe, welke de zons- en maansverduistering tracht te verklaren, behandeld. Wij lezen daar, dat Set en Horus verbitterde vijanden waren; Set durfde den strijd echter niet openlijk te beginnen, want hij vreesde Horus, zooals het kwade altijd voor het goede bevreesd is. Daarom verzon hij listig heimelijke plannen, om daardoor den val van Horus te bewerkstelligen en dit verhaal leert ons, hoe de zaak afliep.

Op zekeren dag verzocht Horus Ra toestemming de toekomst uit zijn oogen te lezen. Volgaarne voldeed Ra aan dit verzoek, omdat hij Horus, die door alle goden en menschen bemind werd, liefhad. Terwijl zij met elkander spraken, ging hun een zwart zwijn, een reusachtig, afschuwelijk dier, voorbij, met een woest uiterlijk en met oogen, welke list en wreedheid verrieden. [105]

Hoewel noch Ra, noch Horus zich hiervan bewust waren, was het zwarte zwijn Set in eigen persoon, daar deze de macht had, zich in ieder willekeurig dier te veranderen.

„Wat een vreeselijk monster”, riep Ra uit, toen hij het dier zag.

Horus richtte thans eveneens zijn blik naar het zwarte zwijn, waarin hij zijn vijand nog niet herkende. Dit was Set’s geluk. Hij zond een lichtstraal, juist in het oog van den god.

Horus werd door de hevige pijn bijna van zijn verstand beroofd. „Set heeft mij dit kwaad aangedaan”, riep hij uit; „dit mag niet ongestraft blijven”.

Set was echter verdwenen en men kon hem nergens ontdekken. Daarom sprak Ra den vloek uit over het zwijn, om het kwaad, dat Horus overkomen was.

Toen de jonge god zijn gezicht herkregen had, gaf Ra hem de stad Pé, en hierover was hij zeer verblijd en bij zijn glimlach verdwenen de duistere wolken en het geheele land verheugde zich.

Een Grieksche lezing der mythe vertelt, dat het zwarte zwijn het oog van Horus uitrukte en het verslond, doch dat hij door Ra (Helios) genoodzaakt werd, het te herstellen.

De oogen van Horus zijn natuurlijk de zon en de maan; een van dezen wordt door het zwarte zwijn (een verduistering) verslonden, of vernietigd. De teruggave van het licht aan de aarde wordt door de vreugde van Horus, die met de stad Pé begiftigd wordt, voorgesteld.

Nephthys was de tegenhangster van Set. Zij was de dochter van Geb (of Seb) en Nut, de zuster en vrouw van Set, en de moeder van Anubis, doch het is niet duidelijk, of zij dat was door Osiris, of Set. Het woord Nebt-het beteekent: „de vrouw des huizes”, of „lucht”.

Hoewel Nephthys met Set vereenigd wordt, schijnt zij haar zuster Isis mede trouw te blijven, daar zij deze in [106]het verzamelen van de verstrooide ledematen van Osiris bijstaat.

Zij wordt in de gestalte van een vrouw voorgesteld, die op haar hoofd het symbool van haar naam draagt, d.w.z. een mand en een huis. In het Boek der Dooden verschijnt zij eenigermate als helpster van haar zuster Isis, terwijl zij achter Osiris staat, wanneer de harten gewogen worden en zij aan het hoofdeinde van Osiris’ baar knielt.

Men geloofde, dat zij, evenals haar zuster, groote tooverkracht bezat en in veel opzichten gelijkt zij op haar. Ook veronderstelt men van haar, dat zij Osiris, in zijn kwaliteit van maangod, beschermt.

Plutarchus verschaft ons eenig licht aangaande het Egyptisch geloof aan deze godin. Hij verhaalt, dat Anubis de zoon van Osiris en Nephthys was en dat Typhon of Set het eerst met hun liefde bekend werd, doordat hij een slinger van bloemen vond, welke door Osiris was achtergelaten.

Evenals Isis een voorstelling is van de vruchtbaarheid, zoo beteekent Nephthys volgens hem het bederf.

Dr. Budge, die deze passage commentarieert, zegt, dat het duidelijk is, dat Nephthys de personificatie van de duisternis is, en alles, wat daartoe behoort en dat haar attributen eerder een passief, dan een actief karakter droegen. „Zij was in elk opzicht het tegenovergestelde van Isis. Isis is het symbool van geboorte, wasdom, ontwikkeling en kracht; Nephthys echter was het type van dood, verval, vermindering en onbewegelijkheid”. De godinnen werden echter onafscheidelijk met elkaar verbonden.

Isis vertegenwoordigt, volgens Plutarchus, dat deel van de wereld, dat zichtbaar is, terwijl Nephthys het onzichtbare deel voorstelt. Isis en Nephthys stellen respectievelijk de dingen voor, welke zijn en de dingen, welke nog moeten komen, het begin en het einde, de geboorte en den dood, het leven en den dood. [107]

Ongelukkigerwijze hebben wij geen middel om te weten te komen, wat de oorspronkelijke opvatting over de attributen van Nephthys was, doch het is onwaarschijnlijk, dat dezen eenige gezichtspunten, welke in Plutarchus’ tijd over dit onderwerp gangbaar waren, bevatten. Nephthys is geen godin met juist gedefinieerde karaktertrekken, maar over het algemeen kan men haar beschrijven als de godin van den dood, welke niet eeuwig is.

Dr. Budge verklaart verder, dat Nephthys, hoewel zij een godin van den dood was, toch met het leven, dat uit den dood ontstaat, verbonden werd. Tezamen met Isis maakte zij het doodsbed van Osiris in gereedheid en vervaardigde zijn mummie-windsels. Eveneens bewaakte zij, met Isis, het lijk van Osiris.

In later tijd werden de godinnen door priesteressen voorgesteld, van wie het haar geschoren was en die op haar hoofd wollen banden droegen. Aan den arm van de eene bevond zich een band met den naam van Isis en de ander droeg eveneens een band, doch met den naam van Nephthys.