Nog een ander verhaal vermeldt, dat, toen Horus het Kind een man geworden was, Set voor den dag kwam en hem tot een doodelijk gevecht uitdaagde. Daarom vertrok Horus in een boot, welke door Isis prachtig versierd was en die deze door formules betooverd had, zoodat de inzittenden niet overwonnen konden worden.
Ondertusschen had de aartsvijand der goden de gestalte van een reusachtig, rood nijlpaard aangenomen. Hij veroorzaakte een woesten storm, welke over de booten van Horus en zijn gezelschap losbarstte, zoodat de wateren tot razernij werden opgezweept en indien de booten niet door toovermiddelen beschermd waren, zouden allen ongetwijfeld zijn omgekomen.
Horus hield echter onverschrokken zijn koers. Hij had de gedaante van een jongeling van reusachtigen lichaamsbouw aangenomen en stak boven de vergulde voorsteven van zijn boot, welke evenals het zonlicht temidden van [100]den storm en de duisternis straalde, uit. Een groote harpoen werd door hem gehanteerd, zoo groot, dat een gewoon sterveling deze niet had kunnen slingeren.
In het water loerde het nijlpaard op de boot, om deze te vernietigen en zijn vijanden te dooden. Het was hem echter niet beschoren, dit ten uitvoer te brengen, want zoodra het zich boven het water vertoonde, werd de zware harpoen naar zijn hoofd geslingerd en drong in zijn hersens.
Dit was het einde van Set, den Booze, den moordenaar van Osiris en den vijand van Ra. Ter eere van Horus den Overwinnaar werden er hymnen en overwinningskoren door het geheele land gezongen.
In de mythen van de gevechten van Horus kan men gemakkelijk de zonnemythe onderscheiden, iets wat men in bijna alle mythologische opvattingen tegenkomt. Horus, in de Edfû tekst Horbehûdti, d.w.z. Horus van Edfû genaamd, was oorspronkelijk een zonnegod en was als zoodanig met Ra equivalent, doch na een tijd werden de twee goden als afzonderlijke wezens beschouwd, terwijl men Ra voor den hoogsten hield en Horus hem als helper in den oorlog diende. De gevleugelde schijf en zijn geheele gevolg waren de verpersoonlijking van de krachten van het licht, terwijl de listige Set en zijn gezellen een symbool voor de duisternis waren. Zoo komt het, dat, terwijl Horus steeds zijn vijanden overwon, hij nooit geheel en al succes had (tenminste volgens den meest verspreiden vorm van de overlevering), daar hij hen slechts schijnbaar vernietigde.
Strijd van Horus.
Evelyn Paul.
Daar Horus zijn vijand in de gestalte van een gevleugelde schijf vernietigd had, werd dit symbool als een buitengewoon goed voorbehoedmiddel tegen geweld en vernietiging beschouwd. Daarom werd het herhaaldelijk en overal aangebracht in tempels, op monumenten, zuilen en zoo voorts en men geloofde, hoe meer men het aanbracht, des te krachtiger het toovermiddel werkte. In zijn [101]eenvoudigsten vorm is het beeld slechts dat van een gevleugelde schijf, doch allengs komt er een slang aan iedere zijde van de schijf, als voorstelling van de godinnen Nekhbet en Uazet, bij.
Oorspronkelijk was de mythe, welke zich met Hor-Behûdti, of Horus van Edfû, bezighield, in werkelijkheid een plaatselijke, hoewel deze na verloop van tijd een grootere uitbreiding verkreeg. In andere vormen van de legende kregen andere goden de hoofdrol van vernietiger van de vijanden van Ra.
Met deze legende van licht en duisternis werd een andere vereenigd, n.1. die, welke verhaalt, hoe Horus den dood van Osiris wreekt. Nu moet men wel opmerken, dat er in deze tweede mythe eenige verwarring bestaat tusschen Horus den Oudere en Horus het Kind, respectievelijk broer en zoon van Osiris.
In de Edfû tekst wordt er van Osiris geen melding gemaakt, maar dat deze mythe een vervolg op de Osiris-mythe is, wordt hierdoor aangeduid, dat Set aan Isis en Horus het Kind ter bestraffing wordt overgegeven. In de latere gedaante van de geschiedenis is het conflict niet meer eigenlijk tusschen licht en duisternis, maar eerder tusschen de machten van het goed en kwaad.
In deze legende is een van de meest merkwaardige omstandigheden, dat de volgelingen van Horus van metalen wapens voorzien waren. Zijn volgelingen worden in de Egyptische tekst Mesniu, of Mesnitu, genoemd, wat waarschijnlijk: metaalwerker, of grofsmid beteekent.
De vereerders van Horus van Behudet spreken voortdurend over hem als van den „Heer van de Smedenstad”, of Edfû, waar hij volgens de overlevering het bedrijf van smid had uitgeoefend, zooals wij uit een inscriptie weten. In den tempel van die stad bevond zich achter het heiligdom een vertrek, Mesnet genaamd, een woord dat metaalgieterij beteekent en hier maakte de smedenkaste der priesters den god haar opwachting. [102]
Uit afbeeldingen op tempelmuren zien wij, dat dezen met korte mantels en een soort van kraag, welke veel op een cape lijkt, waren uitgedost en dat zij hun speren met de punt naar beneden droegen en daarbij nog een wapen voerden, dat veel op een dolk gelijkt.
Horus van Behudet, die hem vergezelt, is op gelijke wijze gekleed en men ziet hem op de afbeelding een nijlpaard treffen met een speer, waarom hij een dubbele metalen ketting heeft gewonden. Dit illustreert de geschiedenis van het verslaan van Set door Horus van Behudet en wij mogen aannemen, dat de legende een meer of minder historische basis bezit.
Wij zien hier een stam, of kaste, van metaalwerkers, welke met een oogenschijnlijk meer primitieven stam oorlogvoert; dezen verslaan zij met hun wapens en binden hen met hun kettingen en slachten hen daarna op hun gemak. Het is opmerkelijk, dat zij hen niet op staanden voet dooden. Waarvoor bewaren zij hen dan? Zonder eenigen twijfel om geofferd te worden. Zij vormden een kaste van zonaanbidders, en menschenbloed was in het oude Egypte even noodzakelijk voor het bestaan van de zon als in het oude Mexico; immers ook daar onthield de militaire kaste, welke zich onder het patronaat van de zon plaatst, zich ervan, een vijand in den slag te dooden, indien zij hem krijgsgevangen kon maken, om hem daarna op hun gemak te offeren.
De legende zou een aanwijzing kunnen zijn, dat wij hier de lotgevallen van West-Aziatische indringers aanschouwen, die, na op Egyptischen bodem geland te zijn, zichzelf van Edfu meester maakten en, terwijl zij noordwaarts marcheerden, door wapengeweld zich in het land vestigden. Deze geschiedenis, of stuk geschiedenis, werd waarschijnlijk, door invloed van priesters, met de legende van Horus, den hemelgod in oudste tijden, vereenigd.
Een andere, gewichtige gedaante van Horus was die [103]van Horus, zoon van Isis en Osiris. Hij was de personificatie van de opkomende zon, zooals verschillende andere gestalten van Horus en hij bezat verschillende gedaanten. Zijn heiligdommen waren zoo talrijk, dat hij op een of ander tijdstip met alle andere Horus-goden geïdentificeerd werd, doch hoofdzakelijk stelde hij de nieuwe zon voor, welke dagelijks weer ontstaat en hij was de zoon en opvolger van Osiris.
Hij was buitengewoon populair, daar hij de wederopstanding na den dood typeerde. Zooals Osiris den dag van gisteren voorstelde, zoo vertegenwoordigde Horus, zijn zoon, in den Egyptischen geest den dag van heden. Hoewel sommige teksten ons vertellen, dat Osiris zijn vader was, eischen andere deze functie voor Ra op, maar deze twee zijn in dit opzicht een en dezelfde.
Osiris werd de vader van Horus, nadat hij dood was; dit is de oorsprong van verschillende zon-halfgoden. Zooals reeds gezegd is, is de geboorte van zulke wezens gewoonlijk eigenaardig, of in duister gehuld.
Terwijl Isis Horus, haar kind, verzorgde en voor de vervolgingen van Set bevreesd was, zocht zij in de moerassen van de Delta beschutting en verborg zichzelf en haar kind temidden van een dichte massa papyrus-planten.
Het kon nu de Egyptenaren uit de Delta toeschijnen, dat de zon uit de met papyrus overdekte moerassen, welke zich aan beide zijden van den horizon uitstrekten, oprees en op deze wijze kunnen wij deze mythe eenvoudig op allegorische wijze uitleggen. De omstandigheden van de ontsnapping van Isis uit de handen van Set zijn reeds in de Osiris-mythe in détails behandeld.
De kinderlijke liefde, welke Horus aan de nagedachtenis van zijn vader Osiris bewees, bezorgde hem veel achting van de zijde der Egyptenaars. Hij was het, die de bijzonderheden van de mummificatie van den god vaststelde en die het richtsnoer voor den vromen Egyptischen zoon bepaalde. [104]
Daarom beschouwde men hem als helper van de dooden en men geloofde, dat hij de tusschenpersoon tusschen hen en de rechters van de Taut was. Bij het verzorgen van de dooden, had hij een menigte helpers, bekend onder den naam van volgers van Horus en dezen werden als goden van de vier hoofdpunten van het kompas beschouwd. In het Boek der Dooden legt men hun groot gewicht bij en zij namen deel aan de bescherming van het lichaam der gestorvenen, zooals in het gedeelte, dat over de mummies handelt, is vermeld. Zij waren vier in getal en waren Hapi, Tuamutef, Asmet en Qebhsennuf genaamd.
Nephthys.
Men hield Horus, den zoon van Isis en Osiris, voor zoo gewichtig, dat hij alle attributen van de overige Horusgoden in zich opnam, maar in sommige teksten wordt hij als kind voorgesteld, met den voorvinger aan de lip, terwijl hij een haarlok op zij van het hoofd draagt, een aanwijzing voor jeugdigen leeftijd. In later tijd wordt hij in verschillende fantastische gestalten voorgesteld.