Horus en Ra zeilden hierop Noordwaarts, naar de zee, om Set en diens bondgenooten op te sporen en zij hoopten alle krokodillen en nijlpaarden te vernietigen, daar hun vijanden zich in hun gestalte hadden gehuld.
De dieren echter hielden zich onder water verborgen en vier dagen verliepen er, voordat Horus hen in het gezicht kreeg. Terstond viel hij hen aan en richtte met zijn wapens groote verwoesting onder hen aan, tot groote vreugde van Ra en Thoth, die den strijd vanuit de boot gadesloegen. Honderd twee en veertig werden er bij deze gelegenheid gevangen genomen.
Nog altijd ging Horus voort met de vervolging van zijn vijanden, steeds in de gedaante van een brandende, gevleugelde schijf, tot aan zonsondergang, vergezeld door de godinnen Nekhbet en Uazet in de gestalte van twee slangen. Nog eens haalde hij de bondgenooten van Set in, ditmaal op de Westersche wateren van Mert. Bij deze gelegenheid, evenals bij de andere, was Horus overwinnaar en ongeveer 400 gevangenen werden naar de boot van Ra gebracht en daarna gedood. [98]
Doch nu werd Set zeer vertoornd en besloot in eigen persoon met Horus den strijd aan te binden. Verschrikkelijk waren inderdaad zijn geschreeuw en zijn verwenschingen, toen hij hoorde, welke verliezen zijn leger geleden had. Horus en zijn gezellen trokken daarna Set tegemoet en lang en verschrikkelijk was daarop de strijd. Ten slotte nam Horus iemand gevangen, terwijl hij in de meening verkeerde, dat het Set was. Het ongelukkige wezen werd voor Ra gesleept en deze gaf hem over aan hen, die hem gevangen genomen hadden, met het verzoek met hem naar goedvinden te handelen.
Horus doodde daarna den gevangene, sneed zijn hoofd af, sleurde hem door het stof en sneed zijn lijk in stukken, zooals Set met Osiris had gedaan.
Het was echter slechts een van Sets metgezellen, die op zoo ellendige wijze was omgekomen. Het duivelsche wezen zelf bevond zich nog in vrijheid en zwoer zijn vijanden wraak. In de gedaante van een slang verborg hij zich onder de aarde en de wetenschap, dat hij ongedeerd was, gaf zijn volgelingen moed.
Nog eens echter werden zij door Horus verslagen en deze doodde een groot aantal van hen. De goden bleven gedurende zes dagen op het kanaal en wachtten af, of hun vijand zou verschijnen, doch niemand vertoonde zich. Daarop verspreidde Horus zijn volgelingen, om de overblijfselen van Set’s leger te vernietigen.
De twee laatste gevechten werden bij Thalû (Zalu) en te Shaïs in Nubië, geleverd. Te Thalû nam Horus de gestalte van een vreeselijken leeuw aan en sloeg honderd twee en veertig vijanden neer. Te Shaïs vertoonde hij zich nog eens in de gedaante van een groote lichtgevende schijf, met schitterende vleugels en met de godinnen Nekhbet en Nazet aan iedere zijde, in de gestalte van gekroonde slangen. Ook bij deze gelegenheid kwam Horus als overwinnaar uit den strijd.
Deze mythe eindigt op verschillende manieren. In één [99]verhaal lezen wij, dat de gevangene, die Horus liet onthoofden, niemand anders dan Set was; deze werd echter weer levend en nam de gedaante van een slang aan. In dit verhaal wordt Horus van Edfû vergezeld door Horus het kind, den zoon van Isis en Osiris.
In dezelfde inscriptie, welke het verhaal geeft over de gevechten, worden Horus de Oudere en Horus het Kind ten slotte met elkaar verward. Zoo doodt Horus het Kind Set, terwijl Horus de Oudere de gevechten levert. Men moet hen echter voor een en denzelfden houden. Volgens één verhaal leverde Horus, toen hij Set gevangen had genomen, hem aan Isis over en deze sneed hem het hoofd af.
Een andere lezing verhaalt echter, dat de beslissende strijd nog niet geleverd is en dat Horus ten slotte zijn vijand geheel en al zal vernietigen, als Osiris en de goden nog eenmaal naar de aarde zullen terugkeeren.