In het 363e jaar van de heerschappij van Ra-Horakhti op aarde, gebeurde het, dat de god met een machtig leger in Nubië was. Set, de Booze, was tegen hem opgestaan, want Ra was in jaren vooruitgegaan en Set was de listigste en meest verraderlijke van alle wezens. Hij was het ook, die zijn tweelingbroeder Osiris, den grooten en goeden koning, gedood had en hierom verlangde Horus, de broer van Osiris, vurig hem van het leven te berooven. [96]
Met zijn strijdwagens, ruiters en voetknechten landde Ra aan den oever van de groote rivier en kwam te Edfu, waar Horus van Edfu zich met hem vereenigde.
„O Ra”, aldus sprak Horus, „groot zijn uwe vijanden en op listige wijze spannen zij tegen u samen”.
„Mijn zoon”, antwoordde Ra, „wapen u en trek tegen mijn vijanden op en vernietig hen spoedig”.
Hierop trachtte Horus de hulp van god Thoth te verkrijgen, den bedrevene in alle tooverkunsten en met diens hulp veranderde hij zichzelf in een groote zonneschijf, met schitterende vleugels, naar beide zijden uitgespreid. Hij vloog daarna recht op de zon aan en van den hemel zag hij zoo woest op zijn en Ra’s vijanden neer, dat zij noch behoorlijk konden zien, noch hooren. Ieder man beschouwde zijn buurman als een vreemde en een geschreeuw werd aangeheven, dat de vijand hen overvallen had. Zij keerden de wapens tegen elkander, het grootste gedeelte werd verslagen en enkele overlevenden verstrooiden zich. Horus dwaalde een tijd over het slagveld, in de hoop Set te vinden, doch zijn aartsvijand bevond zich daar niet; hij verborg zich in het Noordelijke land.
Daarop keerde Horus naar Ra terug en deze omarmde hem hartelijk. Horus nam nu Ra en de godin Astarte met zich mede en toonde hun het slagveld, met lijken overdekt.
Ra, de koning der goden, zeide daarna tot zijn gevolg: „Komt, laat ons naar den Nijl gaan, want onze vijanden zijn verslagen”.
Set had echter nog een groot gevolg; hij beval nu aan eenige van zijn metgezellen, zich in krokodillen en nijlpaarden te veranderen, om de opvarenden van de heilige bark te kunnen verzwelgen en tevens onkwetsbaar te zijn door hun dikke huid.
Horus echter had zijn smeden verzameld en elk van dezen vervaardigde een ijzeren lans en een ketting en sprak over dezen eenige van zijn altijd machtige tooverspreuken uit. Tevens zei hij de formules op van [97]het „Boek, dat in staat is, de Nijlpaarden te dooden”.
Toen de vreeselijke dieren een aanval deden, was de god tegen hen gewapend; verscheidene dieren werden door de betooverde wapens doorboord en stierven, terwijl de overblijvenden vluchtten. Zij, die naar het Zuiden vluchtten, werden door Horus achtervolgd en ten slotte ingehaald. Er volgde thans een nieuwe hevige strijd en hierin werden de aanhangers van Set opnieuw overwonnen.
Overeenkomstig het verlangen van Ra werd een heiligdom opgericht, om als gedenkteeken van deze overwinning te dienen en zijn beeld werd hierin geplaatst.
Er moest echter nog een andere ontmoeting plaats hebben, voordat de volgelingen van Set geheel en al vernietigd werden.