Een van de grootste en meest gewichtige gestalten van Horus is Heru-Behudeti, die den middag voorstelt en daarom de zonnehitte, wanneer deze het grootst is. Het was in deze gedaante, dat Horus den strijd tegen Set opnam. Zijn voornaamste heiligdommen waren te Edfu, Philae, Mesen, Aat-ab en Tanis; op deze laatste plaats werd hij in de gedaante van een leeuw, die zijn vijanden vertrapt, vereerd.
Over het algemeen echter schildert men hem af met den kop van havik, terwijl hij in zijn hand een wapen houdt, gewoonlijk een knots, om zijn karakter als verwoester te symboliseeren. In de oude Arthurromans en verder in verschillende andere middeleeuwsche legenden, welke een mythologische afstamming bezitten, lezen wij, hoe sommige ridders in den strijd met hun vijanden krachtiger werden, wanneer de zon aan den hemel grooter werd, doch, wanneer diens stralen afnamen, hun kracht hen in den steek liet. Dit geschiedde met Belin, met koning Arthur, die duizenden in zijn razernij neervelde en met St. George, den patroon van Engeland, oorspronkelijk een Egyptischen halfgod.
Al deze figuren waren waarschijnlijk op een vroeg tijdstip van hun ontwikkeling zonnegoden. Hun geboorte [95]en ontstaan zijn in het duister gehuld, evenals die van het licht, waarvan zij het symbool zijn, d.w.z. zij ontspringen uit het duister.
De oorsprong van Arthur, om een voorbeeld te noemen, was hem zelf onbekend, tot den mannelijken leeftijd en hetzelfde geldt voor Beowulf. De zonnehelden werden dikwijls, als zij in kracht toenamen evenals de zon, welke zij typeeren, dol en sloegen met zulk een meedoogenlooze woede om zich heen, dat zij duizenden op een manier, waartoe een gewone paladijn niet in staat zou zijn, neervelden.
Dit is een typische voorstelling voor de kracht en de woede van de zon in den middag, in het Oostersch klimaat. Daar Heru-Behudeti de god van de middagzon was, was de onmeedoogende krijgsman, die zijn knots zwaait (misschien een aanduiding voor een zonnesteek), en boog en pijlen hanteert, een symbool voor zijn vreeselijke stralen, welke het spook van den nacht en zijn demonische menigte moesten vernietigen. De afbeelding, als leeuw, was zeer juist, want wat is zoo geweldig als de tropische zon? Tegen den middag was hij de al-veroveraar en had het spook van den nacht vertrapt. Op deze wijze stelt hij eveneens de kracht van het goede, tegenover het kwade, voor.
Alsnu volgt de mythe van den strijd met Set en de troepen van zijn duivelsche metgezellen.