Zooals wij gezien hebben, werd de god Ra als valk afgebeeld, maar er was een andere god, in gelijke gestalte, die voor hem in het Egyptische land werd vereerd. Dit was n.1. de god Heru of Horus „Hij, die daar boven is”. Deze god bezat verschillende gedaanten.
Als Horus de Oudere wordt hij beschreven als een man, met het hoofd van een valk en men geloofde, dat hij de zoon van Geb en Nut was. Horus werd misschien eigenlijk beschouwd als het uiterlijk van den hemel en als Horus de Oudere stelde hij den hemel bij dag voor, in tegenstelling met Set, die den aanblik van den nachtelijken hemel voorstelde. [92]
Horus de Jongere, of Harpocrates, zooals hij door de Grieken, ter onderscheiding van Horus den Oudere, werd genoemd, wordt als jongeling voorgesteld en was de zoon van god Horus en de godin Rat-Tauit, die te Hermonthis, in de gestalte van een hippopotamus, vereerd schijnt te zijn.
Horus de Jongere stelt de eerste stralen van de opkomende zon voor en hij had niet minder dan zeven vormen, waaronder hij werd voorgesteld.
Het zou niet overeenkomstig het doel van dit werk zijn, al de verschillende gedaanten van Horus in détails te beschrijven; daarom zal het voldoende zijn, de meest belangrijke van dezen op te sommen.
De Horus van de Twee Horizons, de Harmachis van de Grieken, was een van de hoofdgestalten van den zonnegod Ra en was de verpersoonlijking van de zon, in haar dagelijkschen loop, van zonsop- tot zonsondergang. Hij sloot dus de personificaties van Ra, Tem en Khepera in zich en deze omstandigheid geeft ons een goed voorbeeld van het wijd en zijd verbreide systeem van onderling verband, dat in de Egyptische mythologie overheerschte en dat bij een andere mythologie niet tot dien graad voorkwam.
Waarschijnlijk was een aantal van deze Horus-goden plaatselijk. Aldus vinden wij dat Harmachis voornamelijk in Heliopolis en Apollinopolis werd vereerd. Zijn meest bekende monument is de Sphinx, bij de pyramiden van Gizeh. Het eerst vinden wij de Sphinx vermeld in inscripties uit de dagen van Thothmes IV; op deze plaats lezen wij in den tekst, welke op de zuil, tusschen de pooten van de Sphinx is gegrift, de volgende legende over Thothmes en de Sphinx.