[Inhoud]

Attributen van Isis.

De Isis-mythe vond bij de Egyptenaren een zoodanig geloof, dat zij inderdaad geheel met haar vertrouwd geraakten en volkomen geloofden, dat zij eens werkelijk als vrouw had bestaan.

Meer allegorisch opgevat was zij het vrouwelijke wezen, dat de grond vruchtbaar maakte. Zij was tevens een machtig toovenaarster, zooals is op te maken uit het groot aantal goddelijke en menschelijke wezens, dat zij van den dood bevrijdde. Zij bezat woorden van groote aandrijvende kracht. Haar astronomisch symbool was de ster Sept; deze was het kenmerk van de lente en de nadering van de overstrooming van den Nijl en dit feit verhoogt aldus de waarschijnlijkheid, dat zij in een van haar phases de godin der lentewinden was.

Gevleugelde Isis.

Gevleugelde Isis.

(De vleugels hebben een houding om Horus te beschermen.)

Als de lichtgeefster in dat jaargetijde werd zij Kuth genoemd en als godin van de vruchtbare aarde Usert. Als [91]de macht, welke de krachten van de lente in beweging zette en de overstrooming van den Nijl deed afnemen, was zij Sati en als de godin van de vruchtbare waters Anqet. Verder was zij de godin van de bebouwde landen, godin van den oogst en van het voedsel. Aldus personificeerde zij, alles tezamen genomen, de krachten, welke, den wasdom van het voedsel bevorderen.

Zij personificeert de macht van het lentegetijde, de kracht van de aarde om te groeien en graan op te leveren, het moederschap en alle attributen en aanverwante eigenschappen, welke daaruit ontspringen.

Het is in dit verband niet noodzakelijk haar vereering in Griekenland, Rome en Westelijk Europa na te gaan, daar deze geheel en al van de oorspronkelijke vereering verschilde. De waardige aanbidding van de Groote Moeder nam onder de Europeesche auspiciën een orgiastisch karakter aan en deze deed een beroep op de valsche mystiek van Griekenland, Rome, Gallië en Britannië, juist als heden ten dage op zijn Transatlantisch, of Parijsch prototype. Maar de kracht van dezen cultus in het land, waar hij ontstaan is, kan blijken uit het feit, dat hij tot het einde van de 5e eeuw v.C. niet geheel en al was verzaakt.