[Inhoud]

Isis als voorstelling van den wind.

Hoewel Isis ongetwijfeld verscheidene gedaanten bezit en men haar als de groote korenmoeder van Egypte kan beschouwen, is het zeer waarschijnlijk, dat zij in één van haar phases den wind van den hemel voorstelt. Het schijnt, dat dit door hen, die zich met de Egyptologie bezighielden, niet opgemerkt is, maar het bewijs schijnt zeer gemakkelijk.

Osiris, als voorstelling van het koren, sterft, wordt weer levend en naar alle kanten over het land verspreid. Isis is daarna niet te troosten en jammert luide over zijn verlies; zij is zoo luid en hartroerend in haar klacht, dat de prins van Byblos, dien zij voedt, van schrik sterft.

Isis.

Isis.

Heerlijke geuren draagt zij met zich, zooals de dienstmaagden van de koningin van Byblos vertellen. Zij verandert zich daarna in een zwaluw. Zij doet den dooden Osiris weer leven, door hem met haar vleugels toe te waaien en zijn mond en neusgaten met lieflijke lucht te vullen.

Nu moet men goed letten op het feit, dat zij een van de weinige Egyptische godinnen is, die vleugels dragen. Zij is een groot reizigster en jammert en snikt onophoudelijk.

Indien deze hoedanigheden en omstandigheden geen zinnebeelden van den wind zijn, zal een vernuftiger hypothese, dan hierboven vermeld is, noodzakelijk zijn voor de mythologische betrekking. Isis toch weeklaagt, evenals de wind, zij gilt in den storm, zij draagt den geur van kruiden en bloemen door het land met zich, zij neemt de gestalte van een zwaluw aan, een van de snelste vogels en het typisch voorbeeld van de snelheid van den wind, zij gebruikt daarna het element, waarover zij de meesteres is, [89]om den dooden Osiris te doen herleven; zij bezit verder vleugels, zooals alle godheden, die met den wind verbonden zijn, hebben en evenals de rest van haar soort gaat zij voortdurend heen en weer door het land.

Wij willen hierbij niet de hypothese opwerpen, dat zij een windgodheid par excellence was, doch in een van haar phasen verpersoonlijkt zij zonder twijfel de kracht van den lentewind, welke doet herleven en welke jammert en huilt over het graf van het slapende graan en nieuwe levensaderen aan het werkelooze zaad brengt.

Isis is een van die godheden, welke door toevallige, of andere omstandigheden, bestemd waren tot grootheid te geraken.

Zij bereikte van een Libysche geest, welke op een of andere manier met den groei van het graan verbonden was, gedurende haar regeering van meer dan vier duizend jaar zulk een hoogte, dat alle mogelijke eigenschappen aan haar werden toegewezen.

Dit is zonder uitzondering het geval met godheden, welke gelukkig zijn. Niet alleen nemen zij de eigenschappen van hun medegoden tot zich, maar zelfs eigenschappen, welke met hun oorspronkelijk karakter niet overeenkomen, worden hen, vanwege hun populariteit, in groote mate toegewezen.

Dit was eveneens met Tezcatlipoca, een Mexicaanschen god, oorspronkelijk van de lucht, doch later de god van het noodlot en het geluk en eigenlijk de hoofdgod van het pantheon der Aztec, het geval, en zoo kan men nog veel meer voorbeelden aanhalen.

Aldus is Isis de geefster van leven en voedsel aan de dooden in de Duat, d.w.z. zij brengt met zich de frissche adem van den hemel in de onderwereld en zooals de luchtgod Tezcatlipoca met de rechtvaardigheid geïdentificeerd werd, zoo werd ook Isis met Maat, de godin der rechtvaardigheid, vereenzelvigd.

Isis is wellicht tevens de personificatie van den morgenwind, [90]waaruit de zon geboren wordt. In de meeste landen steekt op het oogenblik, dat de zon opkomt, een wind op en van dezen kan men zeggen, dat hij de zon aankondigt. In haar mythe vinden wij eveneens, dat, toen zij het huis, waarin zij door Set gevangen was gezet, verliet (het zomerverblijf van den wind, welke gedurende dien tijd Egypte geheel en al verlaat), zij door zeven schorpioenen werd voorafgegaan, de hevig stekende rukwinden van den winter.

Zij wezen haar den weg door poelen en moerassen. Vrouwen sloten de deur voor haar gezicht; een kind werd door de schorpioenen gestoken, maar Isis bracht het weer tot het leven terug, d.w.z. het kind herstelt bij de nadering van beter weer. Verder wordt haar eigen zoon Horus door een schorpioen gestoken, ongetwijfeld een toespeling op het feit, dat de hitte van de zon door de winterkoude verzwakt wordt, totdat deze door Isis, den zachten lentewind, hersteld wordt.