Men moet Isis, of Ast, als een van de oudste en gewichtigste opvattingen over een vrouwelijke godheid in Egypte opvatten In den tijd der dynastiën beschouwde men haar als de tegenhangster van Osiris en wij mogen veilig aannemen, dat zij in de duistere tijden vóór de dynastiën een gelijke positie innam. De philologie voor den naam schijnt onbegrijpelijk. Geen andere godheid is waarschijnlijk over een zoo uitgebreid tijdvak vereerd, want haar eeredienst verdween volstrekt niet met dien van andere Egyptische goden, en bloeide later èn in Griekenland èn in Rome en wordt nog ernstig uitgeoefend in het hedendaagsch Parijs.
Isis stamde wellicht uit Libye en wordt gewoonlijk voorgesteld als een vrouw, gekroond met het symbool van haar naam, terwijl zij in haar hand een scepter van papyrus houdt. Boven haar kroon steken een paar horens uit, welke een discus ophouden en deze wordt op zijn beurt door haar hieroglyph, welke een zetel of troon voorstelt, bedekt. Soms stelt men haar ook met schitterende en veelkleurige vleugels voor, waarmede zij zich in beweging zet, om het lijk van Osiris te bezielen.
Geen enkele andere godin was bij de Egyptenaren zoo populair; waarschijnlijk is de moeite en de ellende, waarvan haar mythe vol was, de reden hiervoor. Deze omstandigheid trok de sympathie van het volk tot haar, doch dit was niet de eenige reden, waarom zij bij de Egyptische volksmassa zoo geliefd was; zij was toch de groote, weldoende godin-moeder en de vertegenwoordigster van den menschelijken geest, in zijn meest geliefden vorm.
In haar mythe, wellicht de schoonste en meest treffende, welke ooit uit het menschelijk brein te voorschijn kwam, [88]vinden wij de ontwikkeling van een zuivere graangodin tot een gevoelvolle vrouw en moeder, die over den dood van haar man treurt en alle pogingen in het werk stelt, om hem tot het leven terug te brengen.