Zaal-aer. De groote god Iphphon en, aangeroepen in een tooverspreuk, 283;
de Joodsche naam Ablanathanalb, Abrasiloa, 283.
Zaczini. Een van de vier godheden der oude Maya, 33;
andere naam Ix, 33.
Zakkala. Dora, stad van; Badil, vorst van;
Ounamounou komt aan te, 249;
vaartuigen gezonden om Ounamounou te beletten in Egypte te komen, 252.
Zazamankh. Oppervoorlezer en schrijver aan het hof van Seneferu, 214.
Zeeman. Geschiedenis van den, die schipbreuk leed, 205–208.
Zesde Dynastie. Egyptisch pantheon en de, 22;
Boek der Dooden en, 122;
macht van de priesters van Ra op het einde der, 144;
inscripties in de taal der, 196.
Zes En Twintigste Dynastie Periode der, 119;
vermelding van de, 123;
Demotische vorm van schrift in gebruik ten tijde der, 187.
Zeus. Amen geïdentificeerd met 327.
Zeven Hathors, De. Uitgelezen gestalte van de godin Hathor, 181;
Bitou’s vrouw en, 241.
Zeven Wijzen. Geboren uit de godin Mehurt, namen de gestalten van zeven havikken aan, 158;
tezamen met Thoth hielden zij het toezicht op het leeren en de letters, 159.
Zielen. Der Dooden, overgeleverd [390]aan Amait of Seker-Osiris, 225, 226;
prae-historische logica en bestemming der, 272, 273;
Herodotus en de verhuizing der, 323.
Zielgeesten. De plaats der, in de Rietvelden, 125;
andere naam Khu, 127.
Zielsverhuizing. Herodotus en, 323.
Zonnegod. Steenen als belichaming van den, in Heliopolis, 300;
de leeuw geïdentificeerd met de, Horus, 311;
Ra de;
de Sphinx te Gizeh het symbool van, 312;
Ra;
de ezel schijnt een personificatie van den, 315.
Zonneschijf. Gevleugelde legende der, verhaald in teksten van Edfu, 295.
Zonsopgang. Berg van den;
Afra richt zijn koers naar den, 127.
Zoser. Koning; Imhotep, schrijver en architect onder, 324.
Zuidland. Beloofd aan Thothmes door Harmachis, 93;
ontmoeting tusschen Horus en Set in, 97.
Zwarte Poeder. Geïdentificeerd met Osiris, 288;
ontstaan van de practische alchemie en, 289.
Zwarte Goud. Zie Zwarte Poeder. [391]