Vallei der Acacia’s. Bitou gaat naar de, 241.
Vampier. De idee over den, van grooten ouderdom; voorgesteld als een spook, 291;
tooverspreuk tegen, in onze dagen op het Balkan-schiereiland, 291.
Veld der Graangoden. Osiris in het, 127.
Venus. Vermelding van, 110;
Osiris, god van, 194.
Verdrijver van Demonen. Titel aan Khonsu gegeven, 192.
Vereering, Boom- en steen-, beschouwd als woonplaats van een god, 300;
vereering van heilige, in Egypte, 317–320;
Wiedemann en vereering van, 318, 319;
de oude heilige, in de Groote Hal te Heliopolis, 318;
Thoth en de godin Safekht en de heilige, 318;
de palmboom, symbool van Safekht, 319;
de sycamore, gewijd aan Nut en Hathor, 319;
de Memphitische Hathor genoemd de meesteres van de sycamore, 319;
de Nijl-acacia vereerd in 24 nomen, 319;
de Corda myxa; de Zizyphus Spina Christi, de Juniperus Phoenica, de Tamarisk Nilotica,
319;
iedere tempel had zijn heiligen boom, 319.
Vernietiger van het Westen. Een monster, beschermer van Osiris, 128.
Verwisseling, Dier-, 289–291;
vermelding van Dr. Budge’s „Egyptian Magic” en, 289;
tooverspreuken in het Boek der Dooden, welke de gestorvenen in staat stellen zich
te veranderen, 289.
Vesta. Vermelding van, 110. [389]
Vierde Dynastie. Pyramidenbouw en, 28;
scarabaeën dateerende uit de, 147;
inscripties in de taal der, 196;
vermelding van, 198, 219.
Virginia. Powhatans van, 6.
Visioen. Se-Osiris laat Setne een visioen zien van de goden van Amenti, 224–227.
Visschen. Betoovering van, 284.
Vijfde Dynastie. Periode der, 19;
Egyptisch pantheon en, 22;
priesters van Ra, 141;
Amen, god
van Egypte gedurende de, 146;
inscripties in de taal der, 196;
drie zonen van Rud-didet regeerden gedurende de, 219.
Vijf en Twintigste Dynastie.
Contracten gevonden uit de, 53;
Demotisch dialect nagespoord tot, 197.
Vlam der Zon, toegesproken als een persoon, 8.
Vorst, De. Werk van Machiavelli, 201.
Vrouw, Goddelijke. Amen voorgesteld door een, 321.
Vulcanus. Romeinen identificeerden Ptah met, 155;
Setnau, priester van, 234;
tempel van, 235.