Uag. Feest van, 63.
Uazet. Horus wordt gediend door, de godin, 97, 98;
voorstelling van, 101.
Uba-aner. Hoofdfiguur in de toovergeschiedenis verteld door Khafra aan zijn vader Khufu, 212, 213.
Udymu. Andere naam voor Den en Hesepti; 5e koning der 1e dynastie, 69.
Uitspraak. Juiste (Maa Kheru), 279.
Uki-yo-e School, De. Vermelding der groote Japansche kunstenaars der, 332.
Unas. Godennamen van het Kleine Gezelschap, gegeven in den tekst van, 20;
vermelding van, 22;
Pyramidenteksten van, 25;
geen tekst beschouwt het Boek der Dooden als een geheel onder de regeering van, 122;
sommige teksten identisch met die van Teta; de Pyramide van, bevat oorspronkelijke
teksten uit de Heliopolitaansche Recensie, 122;
vermelding van een inscriptie van koning, 163;
eerste vermelding van Hapi in den tekst van, 182.
Upper Darling. Inboorlingen van, 13.
Upuaut. Helpt Anubis bij het wijzen van den weg aan de zielen der gestorvenen door de onderwereld; personificatie van den winterzonnestilstand, 114;
naam beteekent; opener van de wegen, 114;
andere naam Ap-uat, 114.
Ur Ma. Onderscheidingstitel voor een priester, 159.
Urnes. Tweede gedeelte der Duat, 126.
Usahorresnet. Kambyses’ geneesheer, 325.
User-kaf. Eerste koning der 5e dynastie, hoogepriester van Ra, 220.
User-ref. Een van de drie kinderen van Rud-didet, 219;
naam van den eersten koning der 5e dynastie en, 219.
Usert. Als godin der vruchtbare aarde werd Isis genaamd, 92.
Ushabti-beeldjes. Begraven met de gestorvenen, 322.
Utchats. Oogen van Ra; hun symbolische beteekenis, 114.
Utennu. Hemelsche wezens, 136.