Tafels. Geboorte, gevonden in latere papyri, 291.
Takhos; galei van; Minnemai herneemt het schild van zijn vader van de, 262.
Tanaïtische Monding van den Nijl, waar het lijk van Osiris aandreef, 73.
Tanis. Wetenschappelijk systeem van onderzoekingen voor het eerst toegepast te, 44;
heiligdom van Heru te, 94;
Ounamounou, hoogepriester van Amen-Ra komt te, 248;
onder Ramses II bestond een tempel van Baal te, 296;
oostelijk kwartier van, gewijd aan Ashtoreth, 298.
Tantamounou. Vorst; Ounamounou en, 251.
Tantnouit. Een Egyptische zanger, die Ounamounou toezong, 252.
Tatu. Zuil; opgericht bij het einde der jaarlijksche feesten van Osiris, 78.
Taurt. Geïdentificeerd met Mut, 154;
moeder en voedster van de goden; tegenhanger in Apet, 187;
bekend als Rert of Rerert; geïdentificeerd met Isis, Hathor, Bast, 187;
haar beeltenis in faience, geliefkoosde amulet, 187;
weg naar den Hades en, 187;
populariteit gedurende het Nieuwe Rijk, 187;
de nijlpaard-godin, 314.
Taut. Horus het Kind, de dood en rechters van de, 104.
Tchabu. Vermeld in een hymne ter eere van Hapi, 184.
Tcheser. Derde koning der derde dynastie; zoekt de hulp van Khnemu, 165, 166.
Tefnut. Kind van Nu, 16;
gevolgd door het oog van Nu, 16;
vader van verschillende goden, 17;
voorstelling der vochtigheid, 17;
een van het eerste gezelschap der goden, 20;
vermelding van, 178;
godin, aan het hof van Amen-Ra, 263.
Tehuti-em-heb. Schrijver, uitgezonden om de dochter van den vorst van Bekhten te genezen, 191.
Tehuti-nekht. Zoon van Asri, slaaf van den rentmeester Meruitensa, 236;
geschiedenis van den boer en, 236–240.
Teka, Heerscheres van. Pseudonym voor de zon, indien zij hoog in het Zuiden staat, 176.
Tell-el-Amarna. Systeem van wateraanvoer, gevonden te, 47;
overblijfselen van huizen te, 48;
[386]Amen-hetep IV bouwde hoofdstad, gewijd aan Aten, te, 170.
Tem. Hoofd van het eerste gezelschap der goden, 20;
naam verbonden met die van Ra, 20;
Harmachis vertelt zijn gelijkheid met die van, 92;
vermeld in het Boek der Dooden, 128;
andere naam voor Atmu, 128;
of Atem, 146;
oorspronkelijk plaatselijk god van Heliopolis, 146;
een van de gestalten van Ra, 146;
god van de opkomende zon, 161;
de heerscher van Heliopolis, de groote god;
Piomi zweert bij, 258.
Tempels. Van koningin Hatshepsut, 265;
Egyptenaar verlangde opheldering in, 292;
Egyptische; voorstellingen van Bes in de „Geboortehuizen” in, 301;
afbeeldingen van Bes in Hatshepsut’s, 301;
apen gehouden in, 315;
tijd van bouw der, in Egypte, 326;
van Denderah, Edfu, Kom Ombo, Philae, etc., 326;
Ptolemaeus en, 326;
aangaande de van Kom-es-Sagha, 338;
van Isis te Philae, 342.
Tenen. Ptah en, 158;
verbonden met Ptah, 158.
Tenu, Boven. Vermelding van, 205.
Teta. Pyramiden-teksten van, 19;
verschillende goden, vermeld in teksten van, 19;
Maspéro en pyramide van, 122;
oorspronkelijke teksten in de Heliopolitaansche recensie in de pyramide van, 122;
Ptah vermeld in de pyramiden-tekst van, 155.
Tezcatlipoca. Mexicaansche god; vermelding van, 89.
Thalu. Horus strijdt te, 98.
Thebaansche Recensie. Vult de namen der goden aan, 2;
andere naam voor het Boek der Dooden, 2;
vermelding van, 122, 155;
geschreven op papyri en geschilderd op lijkkisten in hieroglyphen, 122;
bijzonderheden der Rietvelden in, 124;
god Saa vermeld in, 193.
Thebe. Ruïnes van, 49;
titel van een priester te, 59;
priestercollege te, 60;
Pamyles en geboorte van Osiris te, 72;
tempel van Amen-Ra te, 141;
vermelding van vorsten en priesters te, 149;
een van de centra van Amen-Ra te, 149;
tempel van Mut te, 169;
obelisk ter eere van Ra-Harmachis van, 170;
Hathor van, 181;
Apet van, 187;
tempel van Khonsu te, 188;
vermelding van, 191;
Minnemai, vorst van Eupuantine, zoon van Ierharerou, komt van, 262;
heiligdom gebouwd voor Anthat te, 296;
vromen baden tot Qetesh om een goede begraafplaats ten W. van, 299;
krokodillen gehouden voor heilig te, 310;
aap van Khensu te, 315;
priesters van Amen, heerschers te, 320;
Amen voorgesteld te, door een Goddelijke vrouw, 321;
halfgoden, Imhotep en Amenophis, vereerd te, 325;
priesteressen te, gewijd aan den dienst van Amen, 326;
Memnon-zuilen te, 339.
Thinitische Periode. Zie Periode.
Thoth. Voorstelling van, 13, 115;
feest van, 63;
Nut roept te hulp, 71;
vloek van Ra en, 71;
Grieksche Hermes, 71;
vermelding van, 82, 86, 114, 159, 161, 162, 194;
Horus zoekt de hulp van, 96;
ziet toe op den strijd tusschen Horus en Set en zijn bondgenooten, 97;
mythe van, 114;
geboorte gelijktijdig met die van Ra;
Hermopolis voornaamste plaats van vereering, 115;
andere naam Tehuti, 116;
oorspronkelijk een maangold, 116;
zielerechter, 116;
geheim van het succes in gebed en, 116;
zijn tooverformule om de poorten der Duat te openen, 118;
men geloofde, dat hij de schrijver van het Boek der Dooden en het Boek der Ademhalingen
was, 117;
godin Maät en Grieksche naam Trismegistos of Hermes de 3 maal groote, 117;
Boeken van, 42 in getal, 117;
vermeld in het Boek der Dooden, 129;
schrijver der goden, 128;
hielp Maät in verband met den loop van Ra, 141;
uitgelaten feesten in de maand van, 181;
Khonsu en, 188;
Dedi en huis van, 215;
Setne ziet, gezeten op den troon met Osiris en [387]Anubis, 225;
wijst Amen-Ra den weg naar de kamer van koningin Aahmes, 263, 264;
bibliotheek van tooverboeken, geschreven door, 284;
aap met den kop van een hond op de Oordeels-scene, die het resultaat van het wegen
opschrijft, 315;
de ibis verbonden met, 316;
de heilige boom van Heliopolis en, 348.
Thothmes. Legende van een Sphinx, 93;
droomt dat de Sphinx spreekt, 93.
Thothmes III. Koning van Egypte (18e dynastie), de vorst van Joppe staat tegen hem op, 266;
Thoutii biedt aan den vorst van Joppe te dooden voor, 266, 267;
Anthat-heiligdom en, 297;
vereering van Ashtoreth en, 297.
Thothmes IV. Vereering van Ra-Harmachis en, 169.
Thoutii. Een Egyptisch officier, 266;
geschiedenis aangaande de stad Joppe, 266–269;
geschiedenis van de inname der stad Joppe werd beschreven in den Harris-Papyrus, 265;
Joppe en de list van, 267, 268;
Duizend en één nacht en, 265;
geschiedenis van, ontdekt door Goodwin, 265;
doodt den vorst van Joppe, 268.
Thracië. Grieksche Hecate, ingevoerd uit, 188.
Thuau. Moeder van Tyi, 169.
Tiamat. Assyrisch monster tegenhanger van Apen, 142;
gedood door Marduk, 142.
Tijd. Bepaalde goden stonden aan het hoofd van bepaalde vakken, 291.
Times. Vermelding van een artikel in de, over de Popol Vuh, 144.
Timotheus De Tolk. Het Serapisbeeld en, 328.
Tnahsit. Moeder van Horus, 230, 233.
Toekomstig Leven, 290.
Toovenaar(S). Verhaal van de, 222;
geen, opwegende tegen Se-Osiris in Memphis, 226;
Pharaoh Ousimares opper-, 233;
strijd in betoovering tusschen Horus en Pharaoh’s opper-, 234;
bedwingen der goden door, 274.
Tooverspreuken. De Harris-papyrus bevat verscheidene, 280;
het gebruik van, algemeen, 282;
goden aangeroepen in verband met, 282;
Nefer-ka-Ptah copieert de, in Thoth’s Bibliotheek der Tooverboeken, 284;
in het Boek der Dooden, stelden de gestorvenen in staat zichzelf te veranderen, 289.
Torrent. Van Portugal, oude romance van, 220.
Toscane. Gouvernement van, 43.
Totemistische. Oorsprong van verschillende Egyptische goden, 290.
Totemisme. Definitie van, 9.
Trismegistos. Grieksche naam voor Thoth, 117.
Trochoïdes. Beschreven door Herodotus, 62.
Tuamutef. De jakhals, op Canopische kruiken, 33;
een van de vier helpers van Horus, 104.
Tuat. Duistere hallen van de, 32.
Turijn. Egyptische oudheden gebracht naar, 43;
papyrus van, 120;
fabel in het museum te, 209, 210.
Tushratta. Koning der Mitanni; vermelding van Ashtoreth in brief van, 297.
Twaalfde Dynastie. Pyramidenbouw eindigt met de, 28;
tijd der, 41;
tempel gebouwd ter eere van Amen gedurende de, 149;
Khnemu en inscripties volgende op den tijd der, 164;
verhalen, brieven, enz. der, 196;
eerste koning der, 204;
verhaal van, in de Hermitage Collectie te Petrograd, 205.
Tweede Dynastie. Vermelding van een basrelief der, 121;
Boek der Dooden in zwang in de, 122;
vermelding van, 155.
Twintigste, Een en, Dynastie. Mummificatie gedurende de, 31;
de dynastie der priesterkoningen, 151;
hieratische payri der, 196.
Twee En Twintigste Dynastie. Vereering van Set, gedurende de, III, vermelding der, 157.
Tyi of Thi. Vrouw van Amen-hetep III, 169.
Typhon. Grieksche naam voor Set, 72;
vindt het lijk van Osiris, 76;
[388]vermelding van, 106, 109;
andere naam Typho, 111;
verwensching van, 111;
leek op den ezel, 116.
Tyrus. Ounamounou, hoogepriester van Amen-Ra bereikt, 249.