[Inhoud]

Een nieuwe theorie over Osiris.

Wij moeten ook zijn personificatie van Ra in het kort beschouwen; dezen toch ontmoet hij, gaat in hem over en onder zijn naam gaat hij ’s nachts door zijn eigen gebied. Dit zou kunnen duiden op een fusie van de zon- en de maanmythe, de mythe van de zon, welke ’s nachts onder de aarde voortschrijdt, vermengd met die van de nachtelijke reis van de maan, langs het hemelgewelf.

Osiris was een maangod. Deze omstandigheid verklaart de helft van de mythe; de andere helft moet als volgt verklaard worden: Ra, de zonnegod moet ’s nachts de onderwereld doorwandelen, indien hij ’s morgens in het Oosten wil opgaan. Osiris echter, als maangod en misschien als oudere god, alsook in zijn kwaliteit van god van de onderwereld, maakt zich reeds van de baan, welke hij moet passeeren, meester. De banen van beide goden worden vereenigd en wellicht is er eenig bewijs voor deze redevoering in de omstandigheid, dat in het rijk van Seker, Afra (of Osiris) de richting van zijn reis van het Noorden naar het Zuiden wijzigt naar een punt vlak O.-waarts, naar de bergen van den zonsopgang.

De samensmelting van de twee mythen is geheel en al logisch, daar de maan gedurende den nacht in dezelfde richting gaat, als de zon gedurende den dag heeft ingeslagen, en wel van O. naar W.

Gemakkelijk zal men kunnen zien, hoe het kwam, dat men Osiris niet alleen als god en rechter van de dooden, maar ook als symbool van de wederopstanding van het menschelijk lichaam beschouwde.

Frazer hecht groot gewicht aan een schildering van Osiris, waar men zijn lichaam met ontkiemende korenaren bedekt ziet; voor Frazer is dit een evident bewijs, dat Osiris eigenlijk een korengod is. Het komt ons echter voor, dat deze schildering louter een symbool van de wederopstanding is. De omstandigheid, dat Osiris hier wordt voorgesteld in de rustige houding van een doode, [86]geeft aan deze opvatting groote waarschijnlijkheid. De korenaar is over de geheele wereld een symbolische voorstelling van de wederopstanding.

Bij de Eleusinische mysteriën toonde men aan de novices een korenaar, als symbool voor de lichamelijke wedergeboorte en Loskiel, een van de Moravische broeders, citeert een Indiaan uit Noord-Amerika, die aldus spreekt: „Wij Indianen zullen niet voor goed sterven. Zelfs de graankorrels, welke wij onder de aarde verbergen, groeien op en worden levend”.

Onder de Maya van Midden-Amerika en onder de Mexicanen heeft de godin van de maïs een zoon, de groene, jonge teedere loot van den maïsplant en deze herinnert ons sterk aan Horus, den zoon van Osiris, dien wij eveneens als een typisch voorbeeld van de wederopstanding kunnen aannemen.

Later werd de mythe van den wasdom, welke met Osiris verbonden is, in een theologisch leerstuk, betreffende de wederopstanding van den mensch, gemetamorfoseerd en men geloofde, dat Osiris eenmaal een menschelijk wezen was geweest, dat gestorven en verscheurd was. Zijn lichaam was echter weer door Isis, Anubis en Horus, op bevel van Thoth, hersteld.

Met dit proces schijnt een magische ceremonie gemengd te zijn en deze werd op haar beurt door de Egyptische priesters bij iederen doode toegepast en wel in vereeniging met de balseming en de begrafenis van de dooden, in de hoop der wederopstanding.

Men beschouwde nu Osiris als de voornaamste oorzaak hiervan en hij was in staat het leven na den dood te schenken, omdat hij zelf dood was geweest. Men gaf hem den naam van „Eeuwigheid en onvergankelijkheid” en hij was het, die maakte, dat man en vrouw herboren werden.

De opvatting over de wederopstanding schijnt vanaf zeer oude tijden in Egypte in zwang te zijn geweest. Het „Boek der Dooden”, dat men zeer goed „Het Boek van [87]Osiris” zou kunnen noemen, is de voornaamste bron over Osiris; hierin leest men over zijn dagelijksche bezigheden en zijn nachtelijke reizen in zijn onderaardsch koninkrijk.