Ra. Boot van, 9;
voorstelling van, 15;
scheppende macht en, 15;
pijlen van, 18;
naam vereenigd met dien van Tem, 20;
een gestalte van den zonnegod, 25;
nachtelijke reis van, 34;
vergelijking met Osiris, 69;
andere naam voor Helios, 71;
sprak een vloek uit over Nut, 71;
Thoth maakt den vloek onschadelijk, 71;
geïdentificeerd met Osiris, 80;
Horus de Oudere, een van de voornaamste gestalten van, 92;
Harmachis vertelt, dat hij dezelfde is als, 93;
Horus helpt, 96;
heiligdom opgericht voor Horus, op verlangen van, 97;
gevangenen van Horus gebracht voor, 98;
geïdentificeerd met Horus, 100;
Horus-legenden en, 102;
staat een verzoek van Horus toe, 104;
geeft aan Horus de stad Pé, 105;
vermelding van 108, 112;
oogen van, 114;
geestelijke kracht van, 116;
vermelding van het oog van, 116;
boot van, 118;
zonnedienst van, 123;
vermeld in het Boek der Dooden, 128;
woont in den hemel, 135;
helpt Osiris naar den hemel te klimmen, 138;
positie in het Egyptische pantheon, 140;
een menigte zonnediensten werden vereenigd tot die van, 140;
vogel en slang vereenigd in, 140;
dagelijksche reis van, 141;
vereering van, in Egypte, 142;
afstammeling van, maakt zich meester van den Egyptischen troon, 142;
vereering van, hoogste in het Nijldal, 143;
macht van zijn priesters, 143;
tempel te Heliopolis, gewijd aan, 144;
zijn spheer is meer op geestelijk gebied dan die van Osiris, 145;
strijd tusschen priesters van Osiris en van, 145;
vereering van, vreemde elementen in de, 146;
overschaduwd door Osiris, 146;
vermelding van, 146, 147, 148;
fusie met Amen, 149, 150;
tempel van, te Memphis, 158;
vermelding van, 159, 163, 165, 170, 172, 174, 176, 184, 186, 189, 190, 194, 218, 219, 220;
Hathor en mythe van, 178–181;
Isis en de heilige naam van, 277;
aangeroepen in verband met tooverspreuken, 282;
een van de tooverformulieren in Thoth’s Bibliotheek van magische boeken, welke een
mensch in staat stelden te zien, 286;
het woord „recipe” is naar men zegt een aanroeping van den god, 287;
god van licht en gezondheid, een van de namen van, 287;
Qetesh, het oog van, 299;
vereering van den Ram van Mendes en, 308;
Sebek verbonden met, 309;
de leeuw, geïdentificeerd met, 311;
de Sphinx te Gizeh, het symbool van den zonnegod, 312;
de valk geheiligd aan, 317.
Ra-tem. Vereeniging van Ra en Atum, 144.
Ra-harmachis. Vereering van, hersteld door Thothmes IV, 169;
obelisk, gebouwd door Amen-hetep IV, 169.
Ra-Her-u-Akhti. Zie Heru-Khuti.
Ra-Her-u-Khuti. Regeerde over een streek der rietvelden, 125;
andere naam voor Ra-Heru-Akhti; Aten nam den titel van hooge priester aan, van, 169.
Ra-Hor-Akhti. De regeering van, 95.
Ramses. Pyramide van, kan niet juist bepaald worden, 30;
verhaal, dat de genezende kracht van Khonsu illustreert, ten tijde van koning, 189–193.
Ramses II. Anena, een schrijver, die ’t origineel van den d’Orbiney-papyrus vervaardigde,
leefde onder, 240;
een Baal-tempel bestond in Tanis, onder, 297;
noemde een van zijn zonen Mer-Astroth, naar Ashtoreth, 298;
tamme leeuw, gehouden door, 313;
het Nieuwe Rijk gedurende den tijd van, een model voor de latere periode, 322.
Ramses III. Macht van Amen, ten tijde van, 58;
tempel gebouwd voor Khonsu te Thebe door, 189;
de samenzwering van Hui tegen, door middel van tooverboeken, 280, 281;
[380]godin Anthat geëerd door, 297;
tamme leeuw, gehouden door, 313;
vermelding van, 339;
een tempel van, te Medinet-habu, 341.
Ramessiden. Baal voornamelijk geëerd door, 296.
Ramessiden-dynastie. Hooge-priester van Ra kwam tot koninklijke macht en tegen het einde der, 151.
Ram van Mendes. De vereering van, door Manetho aan Kaiekhos toegeschreven, 308;
vereering van in de Delta-steden Hermopolis, Lycopolis en Mendes, 308;
Herodotus vertelt, dat Pan met hem vereerd werd, 308;
Ptolemaeus II herbouwt den tempel van, 309;
andere naam Khnemu, 308;
vereerd zoowel door veroveraars als veroverden, 327.
Ram, Den. Vermelding van, 308.
Ra-Osiris. Twee goden, tot een vereenigd, 85;
andere naam Afra, 85;
straf der boozen in de Duat verzacht door de verschijning van, 132;
vijanden van en de zielen der vervloekten, 132.
Ra-Sek-En-En. Nationale vorst in een verhaal geschetst, 208.
Rat. Tegenhangster van Ra, 142.
Rat-Tau-It. Godin vereerd te Hermonthis; moeder van Horus den jongere, 92.
Recensie. De, van Heliopolis Thebe en Saïs van het Boek der Dooden, 122, 123.
Recipe. Naar men zegt een aanroeping van Ra, wiens symbool het is, 287.
Religie. Egyptologen meenen, dat Egyptische magie een lagere vorm is van, 270;
de talrijke phases in Egyptische, 275;
Egyptische magie, heeft meer overeenkomst met, dan andere systemen, 275;
evolutie van, op Egyptischen bodem, 275;
Semitische en Afrikaansche invloed op de Egyptenaren, 295, 296;
Egyptische, symbolisme van, het meest uitgedrukt door dierenvereering, 303, 304;
latere periode, 320–325;
onder Perzische heerschappij 325;
Ptolemaeïsche periode, 325–327;
tijd van verval der, 320;
Libysche periode, 320;
Egyptische, in vergetelheid geraakt door de belijdenis van den Christelijken godsdienst,
320;
de verovering van Alexandrië en Egyptische, 325;
onder Grieksch bestuur, 327;
vreemde, dringt het land der Pharaohs binnen, de godsdienst, welke ten slotte overwon,
was het Christendom, 330.
Renaissance. Op het gebied der architectuur, 333, 334;
Italiaansche meesters der, hadden veel aan de Graeco-Romeinsche school te danken,
337;
kleuren op verscheidene oude Egyptische werken beter bewaard dan op verschillende
Italiaansche frescos der, 341;
de Romeinen en de Italiaansche meesters der, 347.
Reret. Godin; booze invloed van Set en, 111;
een gestalte van Isis, 111;
andere naam Taurt, 189;
geïdentificeerd met den Draak, 196.
Reshpu. Een Egyptische god ontleend aan Semitisch Azië, 295;
Syrisch god, vereenigd als een van de drieëenheid met Qetesh, 296;
zijn cultus in Egypte, 299;
Het Reshpu, hoofdplaats van zijn vereering, 299;
in Syrië als god van den oorlog beschouwd, 299;
stemde met een god overeen, aan de Phoeniciërs bekend en in Cyprus en Carthago vereerd,
299.
Restau. Verborgen dingen in, 63;
de andere wereld van Seker, 63.
Rhampsinites. De geschiedenis van, ons door Herodotus overgeleverd, 253–256;
Egyptenaren voor den gek gehouden door, 256.
Rhampsinitus, Koning. Vermelding van, 208;
zie Rhampsinites.
Rhea. Andere naam voor Nut, 71;
vermelding van, 111.
Rhindè. Schotsch archaeoloog, 44.
Rhys, Professor, Keltisch geloof aangaande den naam „ziel” en, 276.
Rietvelden. Andere naam Sekhet Aaru, 125;
zeven hallen van, 125;
15 streken van, 125.
Rijk, Nieuwe. Vermelding van, 31, [381]41;
tempelbouw en het, 66;
godin Taurt en, 187.
Rijk. Oude-, Midden- en Nieuwe Rijk, 41.
Rodin. Vermelding van den beeldhouwer, 337, 345.
Romeinen. Pantheon der, 23, 24;
orakel van Juppiter-Ammon, geraadpleegd door de, 153;
Ptah geïdentificeerd met Vulcanus door de, 155;
plebeiers, vermelding der, 209;
cultus van Serapis verbreid onder de, 308;
periode der, vereering van den krokodil reikte ver tot in den tijd der, 311;
Italiaansche meesters der Renaissance en de, 343.
Rome. Professor Sergi van, 39;
geschiedenis van, nagespoord door de Egyptische geschiedenis, 42;
Isisdienst bloeide in, 87;
vereering van Isis nam een orgiastisch karakter aan in, 91;
de Thebaansche priesters veel bezocht door reizigers uit, 326.
Roodhuiden. Vermelding der, 18.
Roode Zee. Overgestoken door immigranten uit Arabië naar Egypte, 40.
Rosellini. Expeditie van, naar Egypte, 43.
Rosette-steen. Kwam in 1801 in Britsch bezit, 43;
ontcijfering van, 43;
vooruitgang in ontcijfering vond niet plaats tot de ontdekking van den, 200;
inscriptie bestaat uit 14 regels hieroglyphisch, 32 demotisch, 43 Grieksch schrift; door vergelijking en ontcijfering werd het Egyptisch alphabet ontdekt,
200.