[Inhoud]

O.

Obelisk. Van Heliopolis, 338.

Ochus. Perzisch heerscher over Egypte en begiftigd met den bijnaam „Ezel”, 111.

Odin. Vermelding van het ei van, 16.

Olympus. Vereering van den, 11;
de hooge woning der goden, 11. [374]

On. Andere naam voor Heliopolis, 60, 122;
vereering van Ra in, 142.

Oog van Ra. Hathor als, 176, 299.

Oordeelsscene, De. Monster Amemt op de, 315.

Oosten, Het Oude. De volken van, riepen zoowel de goede als kwade wezens aan, 275;
woonhuizen in het, 46;
krachtnamen bekend door het geheele, 277.

Oosterlingen. Evenals de Egyptenaren fatalisten, 55;
evenals de Egyptische werklieden zingen zij bij hun werk, 220.

Oostersche Sprookjes. Vervaardigers van, 1.

Opener der Wegen. Andere naam voor Up-uaut, 114.

Orakels. De Apis, in den tempel van Ptah, 306;
niet van Egyptischen oorsprong, 323.

Orenda der Noord-Amerikanen; vermelding van, 279.

Orion. Sterren van, 82.

Osiris. Mythe van, 7, 70;
kist van, 7;
een der groote goden van Heliopolis, 17;
scheppingsverhaal, dat de vereerders van, tevreden stellen moest, 17;
oorzaak van het ontstaan der oerstof, 17;
een van de eersten van het gezelschap der goden, 20;
mummificatie dankte haar ontstaan aan den dienst van, 26;
heiligheid van het menschelijk lichaam geleerd door de priesters van, 30;
Pharaohs geïdentificeerd met, 31;
nachtelijke reis van, 33;
godsdienst in het Nijldal en, 39;
duistere rijk van, 54;
zoon van, 60;
jaarlijksch herinneringsfeest aan het lijden en den dood van, 62;
geboortedag van, 63;
een van de voornaamste figuren in het Egyptisch pantheon, 69;
andere naam As-ar, 69;
god van de dooden en de onderwereld, 69, 83, 84;
oorsprong vrij duister, 69;
middelpunt van vereering van, te Abydus, 69;
heiligdommen van, 70;
woont vreedzaam in de onderwereld, 70;
gewoonlijk afgebeeld in mummiewindsels gewikkeld, 70;
van Afrikaanschen oorsprong, 70;
zoon van Nut, 71;
zijn geboorte, 71;
Pamyles maakt de geboorte van, bekend, 72;
opgevoed door Pamyles, 72;
voorspellingen aangaande, 72;
zijn vrouw regeert voor hem, 72;
Set richt een feestmaal aan, 73;
gaat liggen in de noodlottige kist, 73;
kist ingesloten in een zuil te Byblos, 74;
zijn vele graven, 76;
zet zijn zoon Horus aan wraak te nemen, 76;
Frazer over de mythe van, 77, 72;
gebruik van het koren en; wijnbouw en; korengeest en boomgeest, 78;
geïdentificeerd met den zonnegod Ra, 80;
de maan en, 81, 82;
de big gewijd aan, 82;
hymne door Isis aan Osiris gericht, 82;
god der vruchtbaarheid, 84;
personificatie van Ra, 85;
type van de wederopstanding van het lichaam, 85;
Boek der Dooden en, 86;
in zijn gestalte van koren sterft hij en wordt weer tot het leven teruggeroepen door Isis, 88;
vermelding van, 95, 98, 99, 100, 101, 106, 107, 108, 118, 119, 124, 125, 126, 127, 129, 132, 138, 148, 151, 157, 158, 165, 166, 167, 181, 221;
stelt den dag van gisteren voor, 103;
reis van, in de onderwereld, 126132;
zijn reis als Af-Ra door de Duat, 126;
voorstelling van zijn rol als dooden-rechter, 129;
het paradijs bestond in den omgang met, 145;
strijd tusschen de priesters van Ra en die van, 145;
overschaduwt Ra; geïdentificeerd met Tem, 146;
Hapi geïdentificeerd met, 181;
geïdentificeerd met Venus, 194;
in een visioen gezien door Setne, 224226;
aan de rechterhand van Amen-Ra in het land der goden, 263;
bedreigd, dat zijn naam luid zal uitgeroepen worden in de haven van Busiris, 278;
aangeroepen in verband met tooverspreuken tegen krokodillen, 283;
zwarte poeder geïdentificeerd met het lichaam van, 288;
mummie-magie en de god, 292;
de Apis en, 304309;
de geest van, in den stier overgegaan, 305;
vormt met den Apis een dubbelgod, 307;
vereering van den Ram van Mendes en, 308;
krokodillen, vriend en vijand van, 310;
de valk gewijd aan, 317;
Set, de booze broeder van, 321;
geïdentificeerd met Dionysus, door Herodotus, 324;
[375]geïdentificeerd met Pluto, 327;
vermelding van het vignet van het Oordeel van, 342;
een schets van, in de Saïtische beeldhouwkunst, 342.

Oude Rijk. Andere naam voor den tijd der Pyramiden, 26;
omvat de dynastieën, 1–8, 41;
huishoudelijke artikels uit het, 48;
onthoofding, gedurende het, 53;
vermelding van, 146;
taal van, 196;
monumenten en modellen van het Nieuwe Rijk, 322;
vermelding der priesters uit het, 327;
standbeelden in het, 338.

Oudheid. Dienst der, 44;
de Egyptische magie, 272;
vermelding van den Comte de Caylus en, 343.

Oudste Begraafplaatsen. Bewaring van het lichaam in, 26.

Ounamounou. De hoogepriester van den tempel van Amen-Ra, bezoekt de kusten van Egypte, 249;
komt te Tanis, 249;
te Dora, stad van Zakkala, 249;
vorst Badîl zendt spijs naar, 249;
bereikt Tyrus, 249;
zeilt in de richting van Byblos, 250.

Ousimares, Pharaoh. Koningsnaam in de „Geschiedenis van Setne en zijn zoon Se-Osiris”, 222.

Ousimanthor. Zoon, aan Setne geboren, 235.

Oxford. Vermelding van het museum te, 42.