[Inhoud]

B.

Baal. Egyptisch oorlogsgod, 295;
de Ramessiden achten hem hoog, 296;
tempel te Tanis voor, 296;
geïdentificeerd met Set, 296;
naam in de teksten van Edfû, 296.

Babyloniërs. Een volk verwant met, 39.

Bacchus. Toespeling op, 110.

Ba’dîl. De vorst van Dora; Ounamounou en, 249, 250.

Bak’hau. De berg van den zonsopgang, 135.

Banth-an’th (is Dochter van Anth). Naam door Ramses II aan zijn dochter gegeven, 297.

Bas-reliefs. Egyptische, 339;
eigenaardigheden van het Nieuwe Rijk, 340.

Bast. Eerst in de gedaante van een kat vereerd, 12;
Mut geïdentificeerd met, 154;
tempel van, te Memphis, 158;
stelt de milde zonnewarmte voor, versmolten met Sekhmet en Ra, 159;
vermeld in de Pyramidenteksten en het Boek der Dooden, 159;
feest van, 159;
toespeling op, 160, 187;
geschiedenis, waarin de monsterkat een godin voorstelt, 202;
de kat, die genezen werd en, 283;
zij werd beschouwd van Libyschen oorsprong te zijn, 295;
de kat een incarnatie van, 315;
de godin van Bubastis, 321, 324;
geïdentificeerd met Artemis, 327.

Batakkers, van Sumatra; de ziel en, 37.

Be’by. Een vreeselijk monster, 129.

Beëlzebub. Een voorbeeld van een vervallen godheid, 274.

Be’hu-det. Horus van, 102.

Bekh’ten. Vorst van, vasal van koning Ramses, 189;
dochter van, 189191.

Be’lin. Verwijzing naar, 94.

Ben’i Hass’an. Graven van, 31;
een merkwaardige schilderij te, 339

Bent-reshy. Kleine zuster van Ramses’ vrouw, 191.

Beowulf. Verwijzing naar, 95, 142.

Berenice. Basis van Arabische immigratie te, 40.

Berlijn, 43, 201, 212.

Berlijnsche School. Verwijzing naar, 41;
dateering der Egyptische geschiedenis volgens, 41.

Bes. Populariteit van, 187;
de gewichtigste der Afrikaansche godheden, 331;
met de geboorte verbonden, 302;
een voorstelling van, 302;
men ziet hem in alle „Geboortehuizen” in Egyptische tempels, 301;
de god van den dans, enz., 301;
geïdentificeerd met zijn pupil Horus, 302;
verandering van, 302;
genaamd de „Krijgsman”, 302;
het orakel van, te Abydus, 331.

Bes’a. Naam, Bes afgeleid van het woord, 300.

Betoovering. Oorlog in, 233.

Bewoner der Hennu-boot. Boek der Dooden en, 120.

Bijbel. Vermelding van, 266.

Bilquila. Opvatting van de, 77;
hun geloof, 36.

Bitou. Grieksche god Bitys en, 240;
de held in het verhaal der twee broeders, 240244;
Anapou, broer van, 240;
gaat naar het dal der Acacia’s, 241;
vrouw van, 241;
de Zeven Hathors en, 241;
het verraad van zijn vrouw, 242;
Pharaoh verleidt vrouw van, 242;
sterft en wordt weer levend, 242;
neemt de gedaante van een Apis aan, 242;
neemt de gestalte van twee boomen aan, 243;
geboren als zoon van Pharaoh, 244;
volgt Pharaoh op, 244;
doodt zijn vrouw en maakt Anapou tot zijn opvolger, 244.

Bittere Meren. Vermelding van de, 204. [356]

Bit’ys. Grieksch god, misschien met Bitou geïdentificeerd, 240.

Bohemen. Geloof in, 7;
ziel als een witte vogel voorgesteld, 37.

Boek der Ademhalingen. Waarschijnlijk een werk van Thoth, 117.

Boek der Poorten. Beschrijving der Duat in, 128;
Boek van hem, die in de Duat is en, 128.

Boek van Hem, Die In De Duat Is. Zie Boek der Poorten.

Boek van het Dooden van het Nijlpaard. Horus zegt formules op in, 97.

Boek der Dooden. Vult de Thebaansche recensie aan, 2;
herziening van, 21;
muren van graftomben bedekt met teksten uit, 34;
verzekeren een gelukkige toekomst, als het opgezegd wordt, 57;
vermelding van, 63, 70, 124, 155157, 159, 163, 194, 200;
aanhaling uit, 63;
gezelschap geschetst in, 65;
Osiris-Ra in, 80;
mythe van Osiris in, 84;
gezag van Osiris, 86;
helpers van Horus in het, 104;
Anubis in, 112, 115;
een toespraak door Anubis in, 113;
toespeling op Thoth in, 116;
men geloofde, dat het een werk van Thoth was, 117;
Egyptische naam pert em hru; gecompileerd voor het gebruik der dooden, 118;
teksten in, van grooten ouderdom, 118, 119;
herziening van, 122;
ontdekkingen van Maspéro; drie lezingen van, 122, 123;
alle goede menschen bestudeerden het, 124;
goden in het, 128;
beschrijving van Osiris in, 128;
boek, een allegorie, 130;
analogie van het, in de Popol Vuh, 131;
bevat wellicht prae-historisch ritueel, 131;
Egyptisch geloof in, 134;
bepaalt het aantal geesten in den hemel, 137;
beschrijving van ladders in, 138;
Satet verschijnt in, 167;
Aten verschijnt in, 172;
gestorvenen beschreven in, als zich verlatend op Nut, 186;
tooverformules en wachters geschilderd in, 280;
tooverformules in, 289;
Set symbolisch voorgesteld in, 309;
kat genoemd in. 303.

Boek van het Openen der Mond, 35.

Boeken. Bibliotheek van toover-, andere benaming: Het dubbele huis des levens; door Thoth geschreven 284287;
Setne’s studie daarin, 284.

Boeken van Thoth. Getal van, 117.

Boeken van het Overwinnen van Apep. Geven tooverspreuken en aanwijzingen, 141.

Booze. De, Set als de, 96.

Borduurwerken uit het oude Perzië, 332.

Borneo. Inlanders van Borneo, opvatting over de ziel door, 37.

Boros of Bororos. Geloof van, aangaande, de ziel, 7, 36.

Brazilië. Boros van, 7.

Breasted. Professor, 41.

Britannië. Vereering van Isis en, 91.

Britsch. Rosette-steen in — bezit, 42;
— suzereiniteit, 43.

Britsch Columbia, 7, 36.

Britsch Museum. Papyri in het, 15, 221, 240, 244;
oudheden uit Egypte gebracht naar het, 43;
vermelding van, 131;
Egyptische liefdeszangen in, 221.

Broeders. Geschiedenis van de twee, 240244.

Brugsch. Osiris en, 70;
bewering van, 79;
Set en, 108;
Ptah en, 155;
Khnemu en, 165.

Bubastis. Bast vereerd te, 159, 313, 323;
Herodotus en, 160;
katten begraven te, 313, 323;
Sheshonk’s hoofdstad te, 321.

Budge. Dr. E. A. Wallis. Over godheden van oud-Egypte, 10;
totemistische theorie en, 11;
bewering van 12, 292;
aanhaling van, 70;
Osiris en, 70;
vergelijkt Isis en Nephthys, 106;
idee over Anubis en Up-uaut, 114;
Maât en, 117, 119;
over het Boek der Dooden, 119;
Ptah, 158;
over den oorsprong van I-em-hetep, 162,
over magie, 269, 275, 290;
gedaanteverwisseling en, 296.

Busiris. Inwoners van, gebruiken nooit trompetten, 110;
de haven van, 278. [357]

Buto. 1. Godin; de spitsmuis is aan haar gewijd, 315.
2. Stad, Herodotus te, 315.

Byblos. Kist van Osiris te, 7, 74;
dood van het kind van den koning van, 88;
Ounamounou en, vorst van, 250.