De primitieve mensch legt de afname van de maan als een werkelijke inkrimping uit en het schijnt hem toe, dat zij voortdurend in stukken wordt gebroken, of weg-gevreten. De Indianen van Z.-W. Oregon spreken over de maan als een voorwerp, dat in stukken wordt gebroken en de Dacotas gelooven, dat, als de maan vol is, een menigte muizen aan den eenen kant begint te knabbelen, totdat zij haar geheel opgepeuzeld hebben.
Om tot de bewijsvoering van Frazer terug te keeren, deze haalt Plutarchus aan en stelt vast, dat bij nieuwe maan van de maand Phanemoth (het begin der lente), de Egyptenaren een feest vierden, dat zij noemden: „het binnengaan van Osiris in de maan” en dat zij bij gelegenheid der plechtigheid „de begrafenis van Osiris” genaamd, een kist maakten, in den vorm van een halve maan, omdat „de maan, wanneer zij de zon nadert, halvemaanvormig wordt en verdwijnt”; en dat verder eens per jaar, bij volle maan, biggen (waarschijnlijk een symbool voor Set of Typhon) gelijktijdig aan de maan en aan Osiris werden geofferd. [82]
In een hymne, van welke men veronderstelt, dat zij door Isis aan Osiris wordt gericht, leest men dat Thoth:
Uw ziel plaatste in de bark Maat
Onder den naam, dien gij draagt als maangod.
En op een andere plaats:
Gij, die komt tot ons als een kind iedere maand,
Wij zullen u altijd blijven vereeren.
Uw uitstraling verhoogt den glans
Van de sterren van Orion aan het firmament.
In deze hymne wordt Osiris op onweerlegbare wijze met de maan geïdentificeerd5.
Frazers theorie over Osiris komt hierop neer, dat hij is te beschouwen als een god van den wasdom, of van het graan en dat deze later geïdentificeerd, of verward werd met de maan. Maar men mag veilig aannemen, dat het vanwege zijn wezen als maangod was, dat hij den rang kreeg van god van den wasdom.
Een korte beschouwing over de omstandigheden, welke aan de maanaanbidding verbonden zijn, kunnen ons wellicht tot een dergelijke onderstelling leiden. De zon vereischt, als god, slechts weinig nader onderzoek. Reeds op een vroeg tijdstip in de menschelijke gedachte werden de verschijnselen van den groei aan zijn werkzaamheid toegeschreven en het is waarschijnlijk, dat wind, regen en andere uitingen van de atmospheer, eveneens aan zijn invloed werden toegeschreven, of als zijn uitstralingen werden beschouwd. Speciaal is dit het geval in het tropisch klimaat, waar de snelheid van den plantengroei zoodanig is, dat de mensch aldaar een absoluut bewijs van de zonnekracht ontvangt.
Naar analogie hiervan wordt ook de zon van den nacht, de maan, als groeikracht beschouwd en de primitieve volken schrijven aan haar krachten toe, welke aan die van de zon gelijk zijn. [83]
Tevens moet bij hen, om de een of andere reden, voor ons verborgen, de gedachte zijn opgekomen de maan als een groote bewaarplaats van magische kracht te beschouwen. Het ligt in de rede, dat de twee schijven van den dag en van den nacht al spoedig voor goddelijke wezens werden gehouden.
Voor den primitieven mensch is de zon natuurlijkerwijze van goddelijken oorsprong, want de barbaarsche landbouwer hangt voor zijn bestaan van hem af en achter haar is geen geschiedenis van een evolutie uit een ouderen vorm.
Zoo is het eveneens met den maangod. In de Lybische woestijn is de maan ’s nachts een voorwerp, dat het geheele landschap beheerscht en het is moeilijk te gelooven, dat haar intense schittering en haar alles doordringend licht geen diepen indruk van eerbied en vereering op de nomaden uit die streken zou gemaakt hebben.
Inderdaad de eerbied voor zulk een voorwerp kan zeer goed de vereering van een zuiver koren- en boomgeest voorafgaan, daar deze in zulk een omgeving weinig speelruimte voor de openbaring van zijn kracht kan nebben. Wij merken verder op, dat deze maangod van de Nubiërs uit het Neolithisch tijdperk, in een vruchtbaarder land ingevoerd, spoedig geïdentificeerd werd met den wasdom, door vochtigheid verricht en op deze wijze met den Nijl zelf.
In zijn kwaliteit van god over de dooden levert Osiris geen groote moeilijkheid tot verklaring op en in deze ééne figuur vatten wij de verbinding van de ideeën van de maan, de vochtigheid, de onderwereld en den dood tezamen, inderdaad alle verschijnselen van geboorte en vergaan.